Home

Breda

Ron Breda

Den Haag

IM1

Amstelveen

20160814_203555

Zwolle

14064221_10207484676503267_7043165294839962322_n

15 Augustus Herdenking 2016

Bestuurslid Ron Meijer heeft namens JIN een krans gelegd bij het Indisch Monument in Breda; voorzitter Hideko was met Han bij het Indisch Monument in Den Haag en ook bij de herdenking op 14/8 in Amstelveen. Daar hebben Yukari Suzuki en Rob Sipkens namens de stichting Dialoog Nederland-Japan-Indonesië een krans gelegd. Oud vz van de vereniging JIN, Silfraire Delhaye, heeft als IP-voorzitter, een toespraak gehouden bij de Herdenking in Zwolle. Zijn tekst die veel indruk heeft gemaakt, veel is gedeeld en meer dan 1000 maal is aangeklikt op de FB pagina van JIN, volgt hieronder.

Toespraak Silfraire Herdenking 15 augustus 2016 – Zwolle

Dames en heren, drie jaar geleden 15 augustus 2013 had ik ook de eer om hier een toespraak te mogen houden, waarbij de ‘Buitenkampers’ centraal stonden.
Vanavond staat het thema “Kinderen en nazaten uit de oorlog” centraal, waarbij ik een onderscheid maak tussen hen die de oorlog als kind hebben meegemaakt en nazaten geboren na 1945 van wie de ouders de Japanse bezetting persoonlijk hebben ervaren.
In 2013 memoreerde ik aan de in 2012 overleden Joodse schrijfster, mevrouw Berthe Meijer, die het concentratiekamp Bergen- Belsen overleefde. Uit haar boek “Leven na Anne Frank” citeer ik nog eens haar laatste zin…”Er is geen vrede. Het blijft oorlog tot aan mijn dood toe.” …Deze innerlijke beleving camoufleerde mevrouw Meijer, want die was aan haar uiterlijk en haar levensstijl niet te zien.
De Indische-Nederlander heeft na de Japanse capitulatie geen vrede gekend, geen Bevrijdingsdag, want van de Japanse bezetting rolde men in de gruwelijkheden van de Bersiap. Dan de overtocht naar het al dan niet bekende Nederland, waar hen een koele en kille ontvangst te wachten stond….Uit zelfbehoud trok men het camouflagekleed aan van een “gesloten oester” terwijl men met een ogenschijnlijke openheid en opgewektheid de echte innerlijke belevingen en innerlijke strijd voor de directe omgeving verborgen hield.
De oudere Indische generatie had geen tijd om te treuren over het verlies van dierbaren. Zij kon de opgelopen trauma’s in de interneringskampen, de vernederingen, de ontberingen en angsten niet verwerken omdat zij direct geconfronteerd werd met de ‘Perjuangan kemerdèkaan’ = de Indonesische vrijheidsstrijd = Bersiap.
Nu nog zijn er vele ouderen, die de trauma’s uit de Japanse bezetting moeten verwerken. De Indische zwijgzaamheid was een instrument om deze trauma’s te kunnen beheersen. Men wilde ze niet tonen want dan moest men erover praten. Ze voelden onmacht …en waren bang dat hun het zwijgen werd opgelegd wanneer zij erover wilden praten. De oorlog onder de Duitsers was hier immers veel erger dan de Japanse bezetting in het ‘warmere Indië’….., waar men kon leven van het overvloedige fruit……! Daarom hulde de oudere generatie zich in stilzwijgen. Dit verborgen leed droegen velen met zich mee het graf in, waardoor kinderen hun eigen ouder eigenlijk niet hebben leren kennen.
Het belangrijkste kenmerk van kinderen uit de oorlog is dan ook, dat hun leven in de jaren daarna, volkomen beheerst werd niet alleen door hun eigen persoonlijke oorlogsherinneringen, maar evenzo door die van hun ouders.
Het zojuist genoemde boek “Leven na Anne Frank” is een hartverscheurend verhaal niet zozeer over de ellende van de oorlog, de vervolging in het kamp Bergen-Belsen, maar vooral over de “verschrikking van het overleven”.
Kinderen uit de oorlog weten hoe te overleven, maar daarna moesten zij leren hoe te leven. Mijn vriend, toen nog kind in een Japans kamp , van wie grootvader en vader werden onthoofd, wiens broer in het kamp verongelukte in een teil hete pap,….. heeft lange tijd rondom het bestaan van Indië / Indonesië een muur opgetrokken….Indië “genegeerd” . Nu nog betrapt hij zich zelf erop soms ‘onbewust’ op zoek te zijn naar zijn omgekomen broer.
Ik hoef U niet te vertellen hoe deze man vandaag stil staat bij zijn oorlogsleed. Maar hij kan nu kijken door het achterraam van zijn “leven” waar de tijd zijn oorlogsverleden heeft gefilterd, zoals een ochtendnevel het licht enigszins omfloerst. ( deze zin..met dank aan mevrouw Verbeet)

Dames en heren, ik wil het vervolg van mijn toespraak in de persoonlijke sfeer trekken en enkele aspecten benoemen, waar ik vandaag (15 augustus) bij stil sta. Ik ben mij ervan bewust dat ik mogelijke emoties bij U oproep.
Emoties van boosheid of van verontwaardiging, ….omdat misschien een oude wond weer wordt geopend…..want op deze herdenkingsdag , kan mijn verhaal ‘gevoelig’ overkomen. Achter mijn Engels/Franse naam kunt U niet vermoeden, dat ik een Japans Indische nakomeling ben, een nazaat van de voormalige vijand.
Mijn biologische vader was een Japanse non-combat officier (=burgermilitair), belast met ondersteunende diensten voor het Japanse leger.
Na de capitulatie kreeg mijn moeder een relatie met deze officier, uit welke
relatie ik geboren werd in mei 1946. Mijn biologische vader heb ik nooit gekend.
Mijn grootmoeder, haar kinderen en de plaatselijke gemeenschap hadden veel te danken aan deze man, die zich mede had ingezet voor het behoud van de suikerindustrie in Pasoeroean.
Mijn grootvader was tijdens de bezetting krijgsgevangene aan de Birma-spoorlijn.

In augustus 2012 heb ik in de Duinzichtkerk in Den Haag, een rede mogen houden waarbij verzoening het thema was. Het 25 leden tellend Algemeen Bestuur van het Indisch Platform kende en kent mijn achtergrond en toch werd ik unaniem met ingang van 2013 benoemd tot voorzitter van het Indisch Platform. Op 8 maart jl. heb ik bij de Indiëlezing in Amsterdam mijn leven in een notendop verteld. En nu sta ik hier voor U…met een enigszins bezwaard gevoel omdat ik met een Japanse achtergrond voor U sta op 15 augustus. Ik heb er volkomen begrip voor, wanneer mijn openheid gemengde gevoelens bij U oproept.
Ik heb de oorlog en de Japanse bezetting niet meegemaakt. Mijn leven werd er wel door beheerst, voornamelijk door de herinneringen van “stief”-familie en van de Indische gemeenschap als geheel. In vogelvlucht kent mijn leven 3 fasen: tot en met mijn 8e jaar verzorgd door Oma, daarna tot en met mijn 11e jaar door moeder en stiefvader. In 1958 ging ik als bijna 12-jarige alleen naar Nederland waar ik vanaf dat moment leerde op eigen benen te staan en hoe ik alleen moest leven.
Mijn Oma vertelde mij al op 5-jarige leeftijd over mijn biologische achtergrond en hield mij voor dat ik later moest leren begrijpen en accepteren, dat vele Nederlands-Indische mensen hier moeite mee hebben, maar dat ik mij niet hoefde te schamen, omdat een kind nooit zijn eigen ouders kan uitzoeken.
Nazaten van hen die de oorlog persoonlijk hebben ervaren, kunnen in hun leven worden geconfronteerd met :
1. Verschil in oorlogservaring van de moeder en (stief-) vader: moeder als “buitenkampse” die moest overleven en ( stief-)vader die geleden heeft onder de Japanse wreedheden bijvoorbeeld in Birma of in de mijnen in Japan. De hieruit voortvloeiende spanningen waren zeer voelbaar voor deze kinderen. Loyaliteitsconflicten ten opzichte van de ouders kunnen het gezinsleven ontwrichten.
2. Sociale vereenzaming door stigmatisering : de verhalen vanuit de Indische Gemeenschap, waarbij de wreedheden van de Jap werden toegeschreven aan “een algemene karaktertrek van een Japanner”. Hierdoor wordt bij nazaten met een Japanse vader, een plaatsvervangend schaamtegevoel gecreëerd…..’ik ben dus ook slecht’….!
3. Een (stief-) vader die onderworpen was geweest aan lijfelijke wreedheden. Het kan voorkomen, dat de herinneringen hieraan zich uitten in onbeheerste ‘uitbarstingen’ die afgereageerd worden op het (stief-) kind. Gevolgen waren lichamelijke mishandelingen, maar ook geestelijke…….
4. De Indische zwijgzaamheid speelt ook hier een voorname rol. Kinderen weten niet waar hun ouders mee worstelen, zij zien en ervaren slechts, dat vader en of moeder ‘emotioneel en geestelijk’ door een diep dal gaan. Ouders zijn dan emotioneel zo ver gesloten dat er geen sprake meer kan zijn van warmte en genegenheid naar de kinderen toe. Veel ouderen kunnen dit niet meer opbrengen na het doorstane oorlogsleed, wat hun levensvreugde aanzienlijk heeft beperkt en wat gevoelens van minderwaardigheid bij de kinderen tot gevolg kan hebben.

Kinderen en nazaten uit de oorlog die het voorgaande herkennen moeten blijvend proberen om de last der herinnering af te wentelen. We kunnen het leed beter niet met ons mee blijven torsen, hoe groot en diep ook. Verwerken van verdriet kost tijd, voor iedereen en daarom is het goed dat wij vandaag stil staan bij de oorlog. Maar U en ik, wij moeten verder en hoe onze toekomst zal zijn wordt mede bepaald door de mate waarin wij erin slagen de pijn uit het verleden te overwinnen, door de mate waarin wij er ook in slagen onze emoties te vernieuwen. Willen wij ons bevrijden van de geest van ons traumatisch verleden, dan moeten wij samen met elkaar, dus ook samen met de voormalige vijanden, de oorlog een plaats kunnen geven. Samen met elkaar op weg naar verzoening, naar herstel van vriendschap in een verbroken relatie. En hierin zie ik een taak voor onze en de volgende generatie, omdat ik mij ervan bewust ben dat hiervoor veel moeizame stappen gezet zullen moeten worden op het pad naar ‘verzoening’.
Ik ga afronden.
15 augustus, dames en heren is een belangrijke dag, niet alleen vanwege de herdenking van de capitulatie van Japan en de bevrijding uit de kampen, maar als een dag van ….” Stil staan bij en erkenning van het leed uit het verleden”…….
Erkenning geeft rust en de beste lichaamshouding voor een ieder om tot rust te komen, is die houding waarbij Uw blik omhoog is gericht.
Ik vond het een eer U in deze herdenkingsceremonie te mogen toespreken.
Dank voor uw aandacht.

15 augustus, 2016.

Programmaboekje JUBILEUM JIN 1 mei 2016   … zie verder