Vereniging J.I.N.

Vereniging J.I.N. header image 3

Faq

Deze pagina is in opbouw. De vragen worden zo beknopt mogelijk beantwoord. Informatie is (of zal) ook elders op de site meer uitvoerig (zijn) te vinden.

1.Hoe en wanneer is JIN begonnen?

2. Waarom een vereniging (en geen stichting)?

3. Wat wil JIN?

4. Wie is Nederlands-Indisch?

5. Hoe zit het met de reizen naar Japan en wie komen in aanmerking?

6. Hoe gaat het zoeken naar vaders?

7. Wie is Kaoru Uchiyama?

8. Wie en wat is JNCC?

9 Hoe is de stichting Sakura ontstaan?

10. Waarom zijn er twee organisaties van J.I-nakomelingen en wat is het verschil?

Hoe en wanneer is JIN begonnen

In 1983 ontmoetten twee vrouwen elkaar, Chérie en Hideko, bij het Japans Culureel Centrum in Amsterdam. Chérie had in Japan gewoond, Hideko had daar haar vader ontmoet, met wie ze als kind al correspondeerde. Ze ontdekten een zelfde afkomst bij elkaar en ze wilden anderen zoeken en ontmoeten om daar met elkaar over te praten. Ze zetten daarom een ´contact´advertentie Japanese Roots. Daarop ging het balletje rollen. Bijzonder toeval: de schrijvers van de bundel ´Een draad van angst´planden daarin onder meer een interview met een J-I-nakomeling (onder pseudoniem). Ze zagen de advertentie, namen met Chérie en Hideko contact op, en voegden hun verhaal in het boek toe. De advertentie lokte ook interviews uit in weekbladen en voor de KRO-radio. Enkele nakomelingen maakten zich bekend, Joan, Ron, Richard, Claudine, maar de drempels om verder te gaan bleken te hoog. Niemand zette door. De tijd was er niet rijp voor. In 1989 werd de draad weer opgepakt. In mei van dat jaar kwamen, met Robert Croese (maatschappelijk werker van NINES), Claudine, Ron, Hideko, Chérie, Richard en Joan bij elkaar. Na een reeks bijeenkomsten met een groter wordende groep, kwam het op 1 februari 1991 tot de oprichting van de vereniging Japans Indische Nakomelingen (afgekort JIN, het woord betekent persoon in het Japans). Bij de notaris zaten Ron, Ruud (Takashi), en George. Als (oprichtings)bestuur werd op 9-12-1990 gekozen: Ron, voorzitter, Ruud, secretaris, George, penningmeester, en als algemene leden Hideko en Claudine.

Waarom een vereniging (en geen stichting)?

Het was een vanzelfsprekendheid: de lotgenoten zoeken elkaar, komen bij elkaar, praten, kiezen doelen en werken samen om met elkaar die doelstellingen na te streven. Ieder met een J-I-afkomst mag lid worden, er wordt niemand geweigerd, het is een open zaak. Er is een bestuur dat verantwoording aflegt aan de leden over de uitvoering van het beleid en het beheer van de financiën (een stichting heeft geen leden maar donateurs of sympathisanten). Uit de contributies kunnen activiteiten worden ondernomen. De JIN functioneert nog steeds als een vereniging. Er is elk jaar ten minste één algemene ledenvergadering. De bestuursleden treden af of zijn herkiesbaar, er is doorstroming. Let wel, binnen een vereniging is kritiek op elkaar normaal, maar dat is gezond en nodig. Bovendien -ieder mag lid worden die zich aan de regels houdt- zijn er behoorlijke verschillen in achtergrond: niet alleen komen leden uit verschillende delen van het land Twente, Limburg, Utrecht, de Randstad, het Westen, ook komen ze uit verschillende cultuurmilieu’s: Indisch, of half-Indisch en half-Hollands, Moluks, Hollands.

Wat wil JIN?

De in 1991 in de statuten geformuleerde doelstellingen waren: bevorderen van contacten tussen JIN’ers, “het zoeken naar (het onbekende stuk) in de identiteit”, daarbij bieden van onderlinge steun en hulp, het komen tot een beter begrip voor en maatschappelijke aanvaarding van de JIN-leden en hun mogelijke problematiek. Dit onder andere door bijeenkomsten, geven van steun en hulp, het ondersteunen van zoekacties naar de biologische vader, eventueel met hulp van buitenaf, informatie over de Nederlands-Indische geschiedenis en over de Japanse samenleving en cultuur. Deze doelstellingen gelden eigenlijk nog steeds. Al is van ‘het onbekende stuk’ van de identiteit heden ten dage niet of nauwelijks sprake meer. Het is momenteel vooral een kwestie van er goed mee om (kunnen) gaan. In de loop van de jaren heeft de vereniging (zeer) veel energie gestoken in het zoeken van vaders en familie in Japan, alsmede in het organiseren van verwerkingsreizen naar Japan (met de EKNJ en de Japanse ambassade). Een zwaar accent is verder komen te liggen op het geven van informatie en antwoorden op vragen van de kinderen van de JIN’ers. Dit stond bij de oprichting niet op de voorgrond, maar blijkt belangrijk te zijn.

Wie is Nederlands-Indisch?

Met kinderen van een Japanner en een Nederlands-Indische moeder worden zowel de kinderen van Indo-Europeanen aangeduid als kinderen van totoks (’volbloed’ Europeanen). Bij de JIN zijn ook lid Japanse nakomelingen die een volbloed Nederlandse moeder hebben. (Soms zijn er al relaties met in Nederlands-Indië wonende Japanners ontstaan vóór 1942.) In het recente boek Het Verborgen Verhaal wordt de term Indische Nederlanders in dezelfde betekenis gebruikt, dat wil zeggen alle Nederlandse staatsburgers in Nederlands-Indië. Dit boek is gewijd aan de Indische vrouwen, kinderen en anderen die niet werden geïnterneerd tijdens de Japanse bezetting. Circa 172.000 mensen leefden buiten de kampen (van in totaal 294.000 Europeanen in Nederlands-Indië). Het boek is een uitgave van de stichting Tong Tong.

Hoe zit het met de reizen naar Japan en wie komen in aanmerking?

Enkele JIN’ers zijn al vroeg, op eigen gelegenheid, voor een kennismaking naar Japan gegaan (Hideko, echtgenoot en zoontje voor het eerst in 1978). Een heel bijzonder initiatief kwam in de jaren 80 van de heer Winkler, ex-krijgsgevangene in Japan. Hij is de pionier van de verwerkingsreizen naar Japan van de stichting van Ex-krijgsgevangenen Nabestaanden Nederland-Japan (EKNJ). Jaarlijks werd een groep van de EKNJ ontvangen door (o.a.) de stad Mizumaki. JIN en EKNJ kwamen met elkaar in contact. Chérie ging, op zoek naar haar vader in Japan, als eerste JIN’er mee met zo’n verwerkingsreis, in 1994. Van de kant van de EKNJ was dit een bijzondere stap, maar ook van Chérie! Haar moed toonde ze al in 1983 door het eerste radio-interview te geven (met Hideko). De reis werd voor JIN een doorbraak. Niet alleen kwam een nauwe samenwerking met Carry en Dolf Winkler op gang, ook leerden we pater Gerard Salemink kennen, tolk voor de EKNJ, en mensen van de Japanse veteranenvereniging te Osaka. In aansluiting daarop volgde in het najaar van 1995 de kennismaking van Hideko met de heer Uchiyama (die met groot succes op zoek zou gaan naar vaders). De JIN ging in samenhang daarmee voor 1997 een grote groepsreis voor JIN’ers organiseren (met de EKNJ). Een paar weken voor het vertrek kwam de bevestiging binnen (volslagen onverwacht) dat de Japanse regering de reiskosten voor haar rekening nam! Daarna heeft de JIN tot 2005 elk jaar JIN’ers met de EKNJ mee kunnen laten gaan, gesubsidieerd in het kader van een Japans beleidsprogramma (1995-2005) gericht op de oorlogsverwerking. De reis kent een strak programma, met ontvangsten, bezichtigingen, bezoeken aan scholen, en diverse contacten, onder leiding van een gids. Vanaf 2002 zijn ook J-I-nakomelingen, die sympathisant zijn van de stichting Sakura, gaan deelnemen. Vanaf 2005 vinden de reizen plaats in het kader van het Japan- Netherlands Peace Exchange Program tot (vermoedelijk) 2009. Elk jaar is nog plek voor ca. 5-7 J-I-nakomelingen van de eerste generatie, thans 60-plussers.

De reis blijkt voor ieder van grote waarde te zijn. De kennismaking met het land van de natuurlijke vader (of soms grootvader), met de cultuur, de geschiedenis, en de mensen van het land, maakt diepe indruk. Zonder uitzondering ziet men de ervaringen van de reis als een verrijking voor het verdere leven.

Hoe gaat het zoeken naar vaders

De vereniging en individuele JIN’ers hebben na de oprichting in 1991 veel problemen gehad met het zoeken naar de natuurlijke Japanse vaders. Het bleef bij enkele toevalstreffers. Van de officiële instanties kwam wel meer medewerking, maar die was in hoge mate formeel, terwijl de bescherming van de privacy vooral in Japan een groot struikelblok bleef vormen. Een aantal JIN’ers voelde de tijd dringen, en was naar nieuwe wegen aan het zoeken, met name door de media te interesseren. JIN ging aan de slag. Omdat in 1991 de Koningin een bezoek bracht aan Japan, schreef de JIN een brief aan haar met het verzoek aandacht te besteden aan de nakomelingen. De JIN zocht ook de publiciteit. Er verschenen veel krantenartikelen in Nederland en in Japan. Dit had één zeer verrassend effect, een Japanse vader nam contact op die zelf al jaren vergeefs aan het zoeken was naar zijn dochter. De JIN kon deze vrouw vinden: Freda, en er volgde een emotionele hereniging, die op zich ook weer veel publiciteit kreeg. De JIN groeide en er werd een werkgroep gevormd, de ‘posterwerkgroep’: het -uit een gevoel van urgentie geboren- idee was om posters te maken met foto’s van moeders (als jonge vrouwen) en die voor een zoekactie te verspreiden in Japan. De ‘postergroep’ en het bestuur van JIN kregen helaas onenigheid. Intussen bleven nieuwe resultaten uit, ondanks ook de inspanningen van een nieuwe steunpilaar in Japan, Gerard Salemink, een Franciscaan, die het Japans beheerste. In het najaar van 1995 volgde, in aansluiting op de reis van Chérie met de EKNJ, een ontmoeting die een doorbraak zou gaan betekenen. Via Gerard, de vader van Freda, en de voorzitter van de Japanse veteranenverening, de heer Kato, kwam Hideko in contact met de heer Kaoru Uchiyama, oud-militair in Ned.-Indië en oud-journalist. Deze verklaarde te willen helpen. JIN zette via het secretariaat van de vereniging de organisatie op: zoekformulieren maken en verspreiden, verzamelen van gegevens, toestemming regelen om privacy-gevoelige gegevens te gebruiken, een kostenregeling (denk bijvoorbeeld aan de enorme reisafstanden in Japan), zoeken van goede en snelle vertalers, zowel hier als daar (Uchiyama spreekt en schrijft alleen Japans), vaste lijnen van communicatie om misverstanden en langs elkaar heen werken zoveel mogelijk uit te sluiten. Al snel was Uchiyama voor tientallen JIN-leden aan het zoeken. In de jaren 1996-2005 zijn er veel faxen en brieven heen en weer gegaan. Het resultaat was boven verwachting. Tientallen JIN’ers zijn in de gelegenheid gesteld contact te leggen met de vader of, indien overleden, zijn familie, in het bijzonder halfbroers en -zussen. Vergeet niet dat de boodschap (er is een kind in Nederland!) aan Japanse kant evenzeer een grote schok teweegbracht. De heer Uchiyama weet hoe dit aan te pakken. Publiciteit kan hij hierbij vaak juist niet gebruiken. In 2005 is de zoekactiviteit minder geworden, om verschillende redenen: vanwege zijn hoge leeftijd; het grote aantal reeds behaalde resultaten; het restant dossiers dat uitzichtloos is (o.m. bijvoorbeeld door ontbreken van nodige gegevens); en het teruglopen van bezoeken van nakomelingen aan Japan. Momenteel is Yoko Huijs intermediair met Uchiyama voor resterende zoekacties. Prioriteit in het zoeken wordt gegeven aan nakomelingen die van plan zijn naar Japan te komen. Dit geeft de heer Uchiyama een krachtig argument om Japanse families te overtuigen tot het leggen van een contact met de nakomeling, die het graf van de vader wil kunnen bezoeken.

Wie is Kaoru Uchiyama

uch0.jpgWerkzaam als journalist, geboren op 16 november 1922, wonend in Osaka, heeft hij als dienstplichtige de oorlog ondere andere in Nederlands-Indië doorgemaakt. Via de veteranenvereniging is hij in in het najaar van 1995 in contact gekomen met Hideko en Gerard Salemink, een Franciscaan in Japan, tolk van de EKNJ, die in 1994 ook de JIN was gaan helpen (in eerste instantie Chérie over wie in 1994 de Japanse TV een uitgebreide documentaire maakte). Gerard was toen al tot de conclusie gekomen dat zonder expert hulp van Japanse kant van binnen uit zoekacties naar vaders weinig tot geen kans van slagen hadden. Publiciteit in Japan leverde op zich eigenlijk niets concreets op. Kaoru bood hulp aan, gemotiveerd door zijn wens en de zo gevoelde verplichting om vaders iets te laten terugdoen voor hun kinderen die zij verlieten, moesten verlaten in 1945 en 1946. Hij is ere-lid van de vereniging JIN. In 1999 heeft hij op kosten van de vereniging JIN een tiendaags bezoek kunnen brengen aan Nederland. Zie bijgaande foto. Ook nu nog heeft hij dossiers in behandeling. In 2005 ontving hij in Japan voor dit uch2.jpguch3.jpguch4.jpg

werk, van de Japanse Foundation for Encouragement of Social Contribution, een FESCO-award: ” Mr. Uchiyama has continued the difficult task of assisting second generation Hollanders of Japanese descent in finding their fathers, and his many successes brought tranquility and cheerfulness to them, and contributed to Japan-Netherlands relations. (Recommended by Mr. Osamu Namba, Ms. Rozendal Hiroko Teramoto, Ms. Yoko Watanuki”.) Zie bijgaande foto’s van zijn familie, de heer Winkler, en groepsfoto’s met vele JIN-leden. uch1.jpg

 

 

 

Wie en wat is het JNCC

Het Japan-Netherlands Culture Center opende in mei 1999 zijn deuren in Amsterdam (in de buurt De Pijp) om Japanse cultuuruitingen in Nederland te promoten, door het organiseren van lezingen, taalcursussen, tentoonstellingen, muziek- en theatervoorstellingen, en zo meer. De leiding is in handen van het echtpaar Mrs Masako Yoshioka en Prof.Nobuo Yoshioka. In 2004 zijn de “Yoshioka’s” teruggegaan naar Kobe, maar de activiteiten zijn -zij het minder intensief- nog gaande, onder auspiciën van de stichting JNCC. Door een toeval hebben de heer en mevrouw Yoshioka kennisgemaakt met de JIN en hun stukje geschiedenis, tot dan toe voor hen natuurlijk onbekend. Arnout, de zoon van Hideko, liep op een dag het centrum in de Pijp in voor een Japanse les en werd welkom geheten door Nobuo Yoshioka. Van het een kwam toen het ander. In het bijzonder Masako Yoshioka ontwikkelde een warme sympathie voor de (zaak van de) Japans-Indische nakomelingen. JNCC en de Yoshioka’s fungeerden nadien vele malen als gastheer voor de JIN en JIN-leden zowel in Nederland als in Japan. Op de JIN-relatiedagen traden regelmatig gezelschappen uit Japan op voor het vertonen van traditionele dans en muziek. Zie voor een impressie hiervan de verslagen op deze site, laatstelijk op 30 september 2007.

Hoe is de stichting Sakura ontstaan

De stichting is op 2 maart 1995 opgericht door voormalige bestuursleden van de vereniging JIN. Door onenigheid (zie hierboven) ontstond een conflict in de vereniging, als gevolg waarvan de Algemene Ledenvergadering het vertrouwen in het toenmalige bestuur heeft opgezegd (30 oktober 1994). Dit was voor de ex-bestuursleden aanleiding de vereniging te verlaten, waarna zij de stichting Sakura hebben opgericht. De andere leden zijn bij JIN gebleven op enkele werkgroepleden na.  Op 20 november 1994 is door de JIN-leden een nieuw bestuur van de vereniging JIN gekozen, onder meer bestaande uit Bauke Talens, voorzitter, en Hideko Gieske-Erentreich, secretaris. Deze twee stonden buiten het bovenbedoelde conflict.

Waarom zijn er twee organisaties van J.I.-nakomelingen en wat is het verschil

De vereniging JIN betreurt het dat het zover heeft moeten komen. De oorzaak van het ontstaan van Sakura ligt in de gebeurtenissen van 1994 (zie hierboven). Ex-bestuursleden van de vereniging JIN kozen nadien voor het oprichten van een stichting.

Nu zijn er dus (nog steeds) twee organisaties die een verschillende rechtsvorm hebben, wat in de praktijk een niet onaanzienlijk verschil maakt:

- JIN (sinds 1991) is een vereniging waarin het bestuur verantwoording verschuldigd is aan de leden over de uitvoering van het beleid en het financieel beheer van contributiegelden, andere inkomsten en uitgaven.

- Sakura is een stichting; daarin heeft het stichtingsbestuur zelf de laatste  verantwoordelijkheid.

De organisaties richten zich op dezelfde doelgroep. Er zijn geen wezenlijke verschillen in doelstellingen. Zie daarvoor de site van Sakura (www. stichting- Sakura.nl). Het JIN-bestuur staat op het standpunt dat -op zijn minst- naar nauwe samenwerking moet worden gestreefd, om nadelige effecten te voorkomen (o.a. in de sfeer van externe relaties), maar vooral omdat het bundelen van krachten, zeker op de langere duur, betere resultaten oplevert in het belang van álle Japans-Indische nakomelingen en hun kinderen.

1 Comment

1 response so far ↓

  • 1 Ralph Schriock // Okt 30, 2007 at 08:33

    Hello Hideko, Bauke and all my dear JIN friends,
    Thank you, Hideko, for sending the latest JIN magazine, with its always deep insights and overviews from the members of the last year. And for all of us, in Mizumaki, it’s a pleasure to re-live the experiences of you during the Japanreis.
    I’m also grateful to see now the JIN website–it’s beautifully made, and it has vital information that I can share with the people you’ll meet here during the next few years of the Japan program.
    My greetings, best wishes and love,
    Ralph Schriock

You must log in to post a comment.