Freda en Kazuo Satoh

Een uitzonderlijk verhaal is dat van Kazuo Satoh die zelf op zoek ging naar zijn dochter. een oorlogsliefdekind. De hereniging vlak voor Kerst 1991 gaf veel publiciteit. Vele nakomelingen meldden zich in 1992 bij de vereniging JIN aan. Satoh hielp hen met zoeken naar hun vaders.

Op 14 november 1991 bracht een brief uit Japan een sensatie teweeg bij JIN.  Kazuo Satoh schreef aan “Mr . Ron Hilgers, Chairman of JIN”, het volgende: “I am one of Japanese fathers. Now I am anxious to know where my daughter is, whether she is happy or not and how her family is. If she has no objection, I would like to meet her as soon as possible. I am able to visit your country whenever she want to see me.”  

In de brief vermeldde hij de naam en de geboortedatum van zijn dochter. Ook gaf hij de naam van haar moeder, haar woonplaats in Indië, en schreef hij dat haar broer als Nederlandse legerarts in het kamp Tjimahi de oorlog had doorgebracht. Met die gegevens ging JIN op zoek via het Rode Kruis en kort nadien belde een oom van Freda haar op met de mededeling: “Je vader zoekt je.”

Satoh was van het bestaan van JIN op de hoogte gekomen door een artikel in de Asahi van 25 oktober 1991. Hij vroeg de schrijver om het adres van JIN en kreeg een brief die Ron in april 1991 aan de journalist had gezonden, over “War descendants in search of their Japanese fathers.” Zo kwam Satoh in actie. Hij was toen 72 jaar oud.

Een dag na het telefoongesprek met haar oom had Freda haar vader aan de lijn. “Ik dacht van mezelf, ik ben een nuchter mens, maar toen sloegen de stoppen door. Ik kon alleen maar huilen en roepen ‘how are you’. Alles barstte los, angst, verdriet en vreugde.”

Satoh was in zijn brief heel voorzichtig en begripvol: “But I am afraid that she will be confronted with many difficulties and troubles for seeing me even if she herself want to do so. Also I think that Anti-Japanese sentiment of her surrounding will disturb her to see me.”

portret SatohSatoh die na de oorlog zonder kinderen was gebleven, had  al veel eerder geprobeerd contact te zoeken in Nederland, maar een brief van hem aan de moeder van Freda was onbeantwoord gebleven. Misschien dat dit verklaart waarom hij zich in zijn laatste brief zo in de Nederlandse situatie probeerde te verplaatsen, maar de meeste indruk maakte het artikel in Shukan Asahi op hem. Daarin wordt verteld over de moeilijkheden bij het opgroeien als kind van een Japanse vader in een Nederlands-Indische omgeving. De krans die premier Kaifu in 1991 legde bij het Indisch Monument werd later in de vijver gegooid.  “De kinderen van Nederland met een Japanner als vader hebben een schaduw met zich meegesleept. Om deze ervaringen uit te wisselen  en zich te weren tegen de vooroordelen in de samenleving, en tegelijkertijd hun eigen wortels, oftewel hun vaders op te sporen, hebben zij ‘JIN’ opgericht.”, aldus de krant.

Freda was elf toen zij Indonesië verliet, en kwam met haar moeder, na opvangcentra in Wassenaar en Holten, na twee jaar in een huis in Almelo terecht. In die tijd hoorde ze voor het eerst iets over haar vader. Haar oma had erop aangedrongen dat Freda’ s moeder opening van zaken moest geven. Maar die vertelde alleen dat zij een Japanse vader had. “Ik ging vragen stellen: wat was hij voor een man? Wat heeft hij gedaan? Mijn moeder werd dan heel emotioneel. Op zulke momenten durfde ik niet verder te vragen. Maar ik miste hem zo.” (De Volkskrant 21 januari 1992). Later ging ze actief op zoek. Haar man Ron die met zijn schip Osaka in 1963 aandeed ging daar naar het adres dat Freda op een brief uit Japan (aan haar moeder) had gevonden. Zonder resultaat. Pas veel later zou blijken dat hij naar Kobe was verhuisd. In 1968 gingen ze naar de Japanse ambassade, “ze waren heel vriendelijk, maar toen ik zei dat ik mijn Japanse vader zocht klapten ineens de deuren dicht.” Ook het Rode Kruis gaf geen hulp. Freda liet de zaak toen rusten, ze had een gezin, en misschien haar vader ook wel, en maak je dat dan niet kapot? “Het gemis en het verlangen kwam wel eens boven, maar dan dacht ik: nuchter blijven: weg er mee.”

Satoh was tijdens de oorlog als luchtmachtofficier gelegerd op Java. Hij leerde Freda’s moeder kennen in Salatiga in 1944. Ze werden verliefd op elkaar. Toen Freda geboren werd was de oorlog afgelopen en was Sato krijgsgevangen; toch slaagde hij erin om nog een keer zijn pasgeboren baby  te zien. De familie van Freda sprak altijd over de ‘rotjappen’ dus vroeg Freda nooit verder; door de signalen in haar omgeving dat er iets mis was, begon Freda te denken dat ze misschien wel een ongewenst kind was. Nadat haar vader contact had gezocht, was ze erg blij te horen dat ze een echte ‘love baby’ was. Haar ooms en tantes begonnen te vertellen, onder andere dat haar vader altijd heel correct was. Freda: “Nu zeggen ze: ‘waarom heb je er nooit naar gevraagd?’ Maar ze hadden het altijd over die vuile rotjappen. Daar durfde ik toch niets meer over te vragen.”

Dat de Japanse kranten zoveel aandacht hadden in 1991 was niet toevallig. Koningin Beatrix legde in oktober van dat jaar het eerste officiële Nederlandse staatsbezoek aan Japan af. In 1986 was dat nog onmogelijk en ook in 1991 waren er veel tegengeluiden. Je kan je afvragen of Satoh-san Freda ooit zou hebben ontmoet wanneer degenen hun zin zouden hebben gekregen die fel gekant waren tegen dit staatsbezoek. De Koningin zei op 22 oktober 1991 bij het Staatsbanket onder meer: “..over one hundred thousand civilians were also interned for many long years. It is a chapter in our history that is less well known in your country.(..) Those who did return are marked for life by their experiences. Consequently, they are still suffering, in spite of the time that has passed since then. (..) We may not side-step the memories of those war years. Sincere realization of the ordeals that cloud our past may help us overcome feelings of resentment and bitterness. History cannot be undone, but neither do we want to be its captive. The new generations (..), better equipped through their knowledge of the past, must (now) be free to face the future.”  Inspirerende woorden!

Satoh schreef op 4 december 1991 aan Ron Hilgers een bedankbrief. Daaruit een enkel citaat: “I was very happy to hear my daughter’s voice through telephone on November 30, 1991. Thank you, thank you very much. (..) I suppose that you and your friends of JIN had to face many difficulties (..) because of being Japanese war descendants. I as one of Japanese fathers, beg your pardon for that we, Japanese fathers, could not help you. But please note, that no fathers forget their daughters and/or sons. I believe that they as me are anxious to know where their daughters and/or sons are, whether they are happy or not.“

fredaOp 20 december 1991 was het dan zover, op Schiphol vloog Freda in de armen van haar vader. Tros Aktua zond op 8 januari 1992 de beelden uit van de aankomst van Satoh, de emotionele begroeting op het vliegveld, en van Satoh bij Freda thuis. Zes dagen kwam Satoh op bezoek. De beelden hadden een enorme impact op de Japans-Indische nakomelingen in Nederland. Velen stapten de drempel over om zich aan te melden bij de vereniging JIN. Het ledental groeide in 1992 snel, op 1 januari 1993 stond de teller op 43. Overigens is later gebleken dat velen helaas toch deze publiciteit die ook niet van lange duur was, hebben gemist.

De nakomelingen hadden de hoop dat ook zij hun vader zouden kunnen vinden. Satoh heeft zich in de jaren daarna ook daarvoor persoonlijk ingespannen. Zo heeft hij de vader van Bauke Talens getraceerd, met hem contact gelegd en heeft hij Bauke begeleid toen deze naar Japan ging om zijn vader op te zoeken. (Het verhaal van Bauke op de site is hier te vinden). Hetzelfde gold indertijd voor Mike Gill al is in diens geval het contact niet daadwerkelijk tot stand gekomen. In juli 1992 vond hij de familie van Wim Deeders in Tokushima. Diens vader bleek helaas in het jaar daarvoor te zijn overleden (84 jaar). Freda ging in 1992 naar Japan en schreef dat zij bijzonder hartelijk door de familie is ontvangen. Ze zag ook veel van Japan. “Eigenlijk moest elke Jinner dit meemaken”, schreef ze, “je komt steeds iets van jezelf tegen en vindt er zo’n rust, onbeschrijflijk! Dus, mensen, start met sparen! En dan gaan we, via een quantumkorting, met z’n allen.”

moeders van Ester, Joan, Joyce S., Ron H., Hideko, Takashi, Sadi, en vader v. Freda 001 (4)Satoh kwam regelmatig naar Nederland. In 1993 werd hij tot erelid van JIN benoemd. Op een druk bezochte Familiedag op 7 mei 1995 ging hij met vier moeders op de foto (van Takashi, Hideko, Esther en Sady). De foto staat ook op de homepage in het zijvak.

In de jaren erna bleek dat het vinden van vaders, ondanks de verbeterde medewerking van de kant van de Japanse ministeries, buitengewoon moeilijk was. Vaak bleken toch de nodige gegevens te ontbreken, of onjuist overgenomen of onthouden te zijn. De Japanse vrouwelijke auteur Yu Takei heeft niet voor niets haar recent verschenen boek over de zoekacties van Kaoru Uchiyama (die begon in 1995) de titel meegegeven: ‘Blanco verzoeken uit Holland’.

Freda heeft in de vereniging diverse bestuursfuncties vervuld om haar ‘lotgenoten’ van dienst te kunnen zijn. Freda heeft met haar vader een goed contact onderhouden. Zij hebben elkaar vele malen ontmoet. En Satoh-san werd met zijn onafscheidelijke alpinopet op het hoofd een bekende figuur in haar Almelose wijk. Toen hij overleed is Freda met haar hele familie naar Japan gereisd om hem de laatste eer te bewijzen.

 

Comments are closed.