JAPANESE ROOTS (JIN Blad 2008)

JAPANESE ROOTS 1983

Geplaatst op 26/09/2008

In het vandaag verschenen JIN-blad 2008, ter gelegenheid van de JIN-relatiedag morgen op 27 september 2008, is een artikel opgenomen over het initiatief van 25 jaar geleden om contact te zoeken met Japans-Indische Nakomelingen, onder de naam Japanese Roots. Het volgt hieronder.

 

Japanese Roots (JR) 1983

Inleiding/ Het was deze zomer 25 jaar geleden, dat twee Japans-Indische nakomelingen elkaar in Amsterdam ontmoetten, hun gemeenschappelijke afkomst ontdekten en besloten om contact te zoeken met soortgenoten. Dat was het begin van ‘Japanese Roots’ (hierna afgekort tot JR). We willen deze geschiedenis in het kort hier naar boven halen, vanwege het ‘25-jarig-jubileum’, omdat we zelf opnieuw er nieuwsgierig naar zijn, omdat het voor u interessant kan zijn, en omdat er hier en daar helaas uitspraken verschijnen over JR die niet kloppen.

Advertentie/ Hideko en Chérie ontmoetten elkaar in de zomer van 1983 in het Japans Cultureel Centrum. Ze ontdekten dat ze beiden geboren waren in Nederlands-Indië in 1945 uit een relatie van een Indische moeder met een Japanse man. Chérie’s moeder was na de oorlog naar Japan gegaan en Chérie had daar tot haar dertiende met haar moeder en een Japanse stiefvader gewoond. Hideko had van haar moeder het adres van haar vader in Japan gekregen en had als kind met hem gecorrespondeerd. In 1978 was ze naar Japan gegaan, met haar echtgenoot en achtjarig zoontje, om haar vader en haar halfzuster te ontmoeten, en ze was, om het land en de mensen beter te leren kennen, daar een aantal maanden blijven wonen. Hideko en Chérie hadden elkaar veel te vertellen. Hun moeders hadden verteld dat er zeker meer kinderen van Japanse vaders moesten zijn, die zich duidelijk liever op de achtergrond hielden. Zij verlangden ernaar om hen te ontmoeten en kennis, gevoelens en ervaringen uit te wisselen, zowel over het gebeurde in Nederlands-Indië als over het verre en vreemde Japan. Een contactadvertentie in een dagblad leek het simpelste. Het bedenken van een tekst en een naam die duidelijk en kort moesten zijn, was niet makkelijk. Uiteindelijk vonden ze niets beters dan Japanese Roots. Eind jaren zeventig was er een populaire TV-serie op de buis over de geschiedenis van een familie van voormalige slaven, getiteld African Roots van Alex Haley. Zo verscheen op 16 september 1983 in de Volkskrant een oproep met de tekst: “Wij zoeken contact met mensen, die net als wij, van Indisch-Japanse afkomst zijn. Schrijf naar JAPANESE ROOTS, Postbus 2331, Lelystad.”

Reactie/De eerste reactie op de advertentie kwam snel. Het wonderlijke toeval wilde namelijk dat een journalist net een interview had gehad met een vriend van hem, een Japans-Indische nakomeling (onder pseudoniem). Deze journalist, Theo Wilton van Reede, schreef per omgaande aan JR over het boek dat hij met mede-auteur Arjan Onderwijngaard aan het maken was en waarin hij dit interview wilde opnemen. Dit zou Een draad van angst gaan heten. Na telefonisch contact zond hij op 20 september 1983 het concept-hoofdstuk toe. JR stuurde hen informatie over JR. Theo en Arjan schreven vervolgens ter bespreking een hoofdstuk over Japanese Roots. Zij schreven verder dat zij het adres en telefoonnummer van JR hadden doorgegeven aan de persoon van het interview omdat zij ervan overtuigd waren dat wederzijds contact tussen hen op prijs zou worden gesteld. Omdat Hideko evenwel niets hoorde, belde zij de uitgever om achter zijn naam en adres te komen. Op 13 oktober 1983 schreef Hideko aan de J.I.-nakomeling een uitgebreide brief, over zichzelf, over Chérie en over de ideeën inzake JR. Hierop kwam evenwel geen respons, deze persoon zou zich na zijn onder een schuilnaam afgegeven interview verder geheel afzijdig houden en de anonimiteit verkiezen. Een citaat uit deze brief verheldert de motieven achter JR:

“Jaren geleden had ik al plannen om Japanese Roots op te richten, maar ik was “alleen”, net zoals jij dat beschreef in je manuscript. Totdat ik Chérie leerde kennen, zij was er meteen enthousiast over. Waarom zijn wij met JR begonnen: – omdat wij nieuwsgierig zijn naar de “anderen”, hun ervaringen en hoe zij zich hebben ontwikkeld; – omdat wij de geheimzinnigheid/taboe om ’t Japans zijn willen doorbreken. Voornamelijk voor die mensen zelf. Door met elkaar te praten kunnen wij elkaar helpen; -uit respect voor al die moeders met een Japans kind. Het is echter niet de bedoeling dat wij met zijn tweetjes alles plannen, maar dat wij samen met de anderen, die zich bij ons aansluiten, plannen wat wij gaan doen en wat wij willen. Daarom hopen wij, dat wij gauw iets van je horen. Vriendelijke groeten, Hideko”.

Doelstellingen JR/ In de folder en in een hoofdstuk van het boek Een draad van angst werden de doelstellingen van JR toegelicht. Voorop stond dat JR een ontmoetingspunt wilde zijn. De insteek was positief:

“De vrouwen benadrukken dat de reis naar Japan en de contacten aldaar verrijkend zijn geweest voor hun leven. Zij vertellen dat zij geen haat tegenover hun vader konden voelen en begrip hebben ten opzichte van hun ouders. Zij willen hun achtergrond niet onderdrukken maar er in positieve zin mee omgaan. (…) Er zijn in Nederland, volgens de cijfers van het RIOD, een paar duizend kinderen van Indisch-Japanse afkomst. (…) Veel van deze mensen hebben moeite met hun achtergrond (…). De uitwisselingen van ideeën en ervaringen is met elkaar vaak makkelijker dan met anderen. Behalve het opdoen van informatie, het leggen van contacten, en wederzijdse steun –als dat nodig is- blijkt onderling contact als plezierig te worden ervaren. Het ligt niet in de bedoeling een soort actiegroep voor een nieuwe ‘minderheid’ te vormen.”

In de toelichting die naar belangstellenden werd gezonden, is daarbij nog als mogelijke activiteit genoemd: het elkaar helpen met het zoeken naar Japanse familie (vader), en mensen uitnodigen die kunnen vertellen over Japan, Japanners en hun cultuur. De curieuze toevoeging over het niet willen vormen van een ‘actiegroep voor een nieuwe minderheid’ heeft te maken met het in die tijd opkomende minderhedenbeleid, waarin diverse (etnische) groeperingen een plaats opeisten voor emancipatie, erkenning, steun en geld. JR wilde een privé contactgroep zijn, geen publieke actiegroep.

Even een zijsprong naar het heden/ In 2006 verscheen van de hand van mw. Dijkgraaf de roman De verloren vader. De hoofdpersoon is een kind van een Japanner. De personages zijn fictief, maar het verhaal is volgens de auteur gebaseerd op een “compilatie van meerdere feiten die destijds hebben plaatsgevonden. (…) zoals die mij is verteld”. Japanese Roots komt expliciet in het boek voor. Helaas staan er tal van feitelijke onjuistheden in het verhaal. Daarom is het van belang hier te vermelden dat Hideko en Chérie nooit iets aan haar hebben verteld. Zij hebben met deze auteur geen enkel contact gehad. In het boek worden de motieven voor de oprichting van JR als volgt beschreven:

“Het enige dat telde was het feit dat zíj een gewenst kind was in tegenstelling tot de meerderheid van haar lotgenoten. Waar zaten die? (…) Het kon toch niet anders zijn dan dat zovelen ook eenzaam en verdrietig rondliepen, zonder te weten dat er zoveel meer waren in dezelfde omstandigheden. Zij zouden zich moeten verenigen en samen een front vormen om tot opheldering te komen.”

Maar zoals uit bovenstaande blijkt ging het niet om één persoon; Hideko en Chérie liepen niet eenzaam en verdrietig rond; ze hadden hele andere motieven (zie boven); het woord ‘lotgenoot’ was niet aan de orde; en ook het idee dat de meerderheid van de lotgenoten niet-gewenste kinderen zouden zijn, is uit de lucht gegrepen: die gedachte kwam helemaal niet in hen op. De suggestie is overigens inhoudelijk onverantwoordelijk en stigmatiserend. Er is geen enkel bewijs voor. JR hiermee associëren is in elk geval onterecht.

Een draad van angst, over Japanse vrouwenkampen en het leven daarna/ Dit is de titel van het boek dat uiteindelijk verscheen in oktober 1984. De titel is ontleend aan een gedicht van Minou Lie Kwie: “Er zal steeds een leegte in me zijn/een donker hoekje/een draad van angst/door leven heen gevlochten” (uitOndanks alles, augustus 1980). Het boek is gebaseerd op een KRO-radio-uitzending over Japanse vrouwenkampen, van 12 mei 1983, en is een vervolg daarop. Vijf ex-geïnterneerde vrouwen en een man namen aan het radio-gesprek deel, te weten de schrijfsters en artsen Margaretha Ferguson, Hermana de Haas-Posthuma, Marijke Thé-Wertheim, Eliza Thomson, Annie Wertheim- Gijse Weenink, en War van der Woude (jongenskamper, econoom). Zij spraken vrijuit en geëmotioneerd over wat ze hadden meegemaakt. De uitzending lokte honderden (emotionele) reacties uit, met name ook –dat was betrekkelijk nieuw- vanuit de tweede generatie. In het radio-gesprek kwamen ook tot dan minder bekende aspecten aan bod zoals de (door de Japanners aangebrachte) scheiding tussen joodse en niet-joodse Nederlanders, de discriminatie binnen en buiten de kampen jegens de Indo’s, de sympathie die een aantal Europeanen voelde voor het Indonesische nationalisme, en de rol die sommige kloosterzusters speelden in de kampen. Dit riep veel kritiek op vanuit de Indische gemeenschap, omdat dit het beeld van ‘de’ kampen en ‘de’ Indische gemeenschap naar beneden zou halen, aldus de auteurs Wilton van Reede en Onderdenwijngaard. Ook de verschijning van het boek trok veel publiciteit. Ook JR kreeg veel verzoeken om interviews.

Tante “Sony”/ Op 1 april 1984 plaatste JR een tweede advertentie in het tijdschrift Moesson. Ditmaal stonden de namen Hideko en Chérie erbij in een poging om de drempel te verlagen. Er kwam een opmerkelijke reactie van een Indische vrouw met een Japanse dochter. Met haar ontstond een briefwisseling. Ze heeft haar naam niet bekend willen maken. Brieven van haar zijn elders in dit blad en op de site van JIN gepubliceerd. Ze geven een zeer direct en ontroerend beeld van haar geschiedenis in Indië en later in Nederland.

Indische Jongeren-dag in Paradiso/ Intussen was ook de tweede generatie Indische Nederlanders in beweging gekomen, zich afzettend tegen en in diskussie met de eerste generatie. Op 6 mei 1984 werd een zeer druk bezochte Indische Jongeren-dag gehouden in Paradiso in Amsterdam. Drie thema’s kwamen aan bod: Historie (kritiek op het kolonialisme in Indië); Aanpassing? (vragen van identiteit; uiting geven aan Indisch-Nederlands-zijn); Beeldvorming (hoe komt men er af in de media). Chérie en Hideko waren erbij. Tot ontsteltenis van Hideko sprak Theo de journalist in zijn speech over Japans-Indische kinderen die een gevolg waren van verkrachtingen van Japanse kampbewaarders, wat niet klopt en kwetsend is voor Jinners. In een brief sprak ze hem later hierover aan. Achteraf gezien is dit incident tekenend: het dominante verhaal van de wrede Jap drukte alle nuances weg. In de afsluitende forumdiskussie op 6 mei had JR spreektijd gevraagd en gekregen. Voor een werkelijk bomvolle zaal vertelde de Japans uitziende Hideko in Paradiso over haar afkomst, haar vader en moeder in Indië, haar gedeeltelijk Japanse, Indische en Nederlandse identiteit en over JR. Ze kreeg een daverend applaus. De sfeer in die tijd en omgeving was zodanig dat het openlijke uiting geven aan een individuele, eigen identiteit in goede aarde viel. Maar tot iets concreets voerde dit enthousiasme niet.

Een draad van angst/reacties/ Het boek verscheen in oktober 1984. JR werd al op 2 november benaderd door Hans Visser van het Noord-Hollands Dagblad. Dit resulteerde in de publicatie van een interview met Hideko en Chérie (onder pseudoniem) van 24 december 1984. Op 16 november vond een gesprek plaats met John Kuipers van het ANP, het stuk verscheen enkele dagen later op het APN-net, onder de titel Japanese Roots, of het zoeken naar de Japanse afkomst. De ANP-publicatie kreeg een vervolg in diverse bladen: Binnenhof, Brabants Dagblad, het Nieuwsblad, Trouw, Deventer Dagblad. De kop van het artikel in het Deventer Dagblad luidde: Emiko en Yoko uit Lelystad willen taboe doorbreken. Japanese Roots zoekt naar Indische mensen met een Japanse vader (26 januari 1985). Naar aanleiding van het interview in Trouw vroeg Paul J. ’t Lam om een gesprek met JR met het oog op het Kerstnummer van Hervormd Nederland dat als thema heeft ‘Kind en Afkomst’. Hideko en Joan gaan hierop in, Hideko voor het eerst onder haar eigen naam evenals Joan. De kop van het stuk is Ik kijk in de spiegel en zie dat het niet klopt, een uitspraak van Joan. Zij was door de advertentie bij JR gekomen.

Opmerking over de ‘tijdgeest’/ Hier ontbreekt de ruimte om op de inhoud van de publicaties in te gaan. Bij eerste herlezing valt op dat het slachtofferschap van de eerste en tweede generatie het verhaal overheerst. Deze gaan zich meer en meer profileren. Daaraan gekoppeld kwamen de daders weer intenser als (wrede) vijand in beeld. In 1984 en 1985 kwamen de Indië-delen van De Jong uit. In 1984 trad de WUBO in werking, in 1986 de Wet Indisch Verzet. In 1986 startte een actie voor een Indisch Monument, en er was toen grote commotie over een voorgenomen bezoek van Beatrix en Claus aan de keizer van Japan; in december 1986 werd de reis door de regering-Lubbers afgeblazen. In 1988 werd de Vereniging KJBB opgericht.

Radio-uitzending 4 november 1984/ De KRO wijdt aan Een draad van angst in ‘Oogluik’ op 4 november een speciale uitzending, live tussen 12 en 01.00 uur ’s nachts. Hideko en Chérie gaan er per auto naar toe maar ze konden in het donker het gebouw niet snel vinden. Ze komen hollend door lange gangen uiteindelijk maar net op tijd, met de slappe lach. Hideko heeft deze scène op de begrafenis van Chérie in haar herdenkingstoespraak nog opgehaald. Ze lichten in de uitzending onder andere toe dat zij in het boek één belangrijke grote groep missen, de Indisch-Nederlandse vrouwen buiten de kampen, en hun verhalen. Het was een bijzonder moment toen zij later in een brief van tante Sony lazen dat zij trillend van emotie aan de radio was gekluisterd en dat zij zo gelukkig was met hun optreden. Dat maakte voor hen veel inspanningen en narigheid goed. Er was nog een opmerkelijk gevolg: de echtgenoot van een J.I.-nakomeling voer op zee, hoorde de KRO-uitzending en schreef de volgende dag aan boord van zijn schip in de Botnische Golf een briefje naar JR met een verzoek om informatie!

Vervolg/ In totaal kwam er na alle publiciteit toen een achttal nakomelingen op een lijstje te staan. Er waren gesprekken en ontmoetingen maar de contacten liepen niet vlot. De mensen woonden ver uit elkaar, wilden anoniem blijven, of niet (al te opvallend) naar buiten komen met hun Japanse afkomst, hadden diverse (identiteits)problemen, werden zenuwachtig als ze een Japanner ontmoetten, enz. enzovoort. Waarschijnlijk was de golf van publiciteit over Nederlands-Indië inzake ondervonden oorlogsleed, waarin ook JR bekendheid verwierf, er juist de oorzaak van dat de moeders maar ook hun kinderen, die loyaal waren aan hun moeders, nog méér in hun schulp kropen. In het verhaal van tante Sony zie je hoe vijandig en ongunstig het klimaat daadwerkelijk was. De vijandschap bereikte ook de voordeur van Hideko. Toen die werd volgeklad met het woordje harakiri (zelfmoord) gaf dit de doorslag, en stopte zij. Mede op uitdrukkelijke wens van haar echtgenoot verlegde ze haar activiteiten (organiseren van cursussen Japans, Shiatsu en Sumi-E in Rotterdam). Ook anderen ondernamen geen actie meer. Wel bleven in de jaren 1987-1989 vooral tussen Hideko, Joan en Chérie informele contacten bestaan.

Nieuwe start/ Aan het eind van de jaren tachtig begon geleidelijk de tweede generatie zich te roeren. In 1988 werd als gezegd KJBB opgericht (Vereniging van Kinderen uit de Japanse Bezetting en de Bersiap). Ook de J.I.-nakomelingen kwamen als het ware weer tot leven. De nakomelingen van het lijstje van JR kwamen medio 1989 bij elkaar, gestimuleerd en begeleid door Robert Croese, maatschappelijk werker van NINES. De gesprekken voerden in 1991 tot de formele oprichting van de vereniging JIN, een afkorting van Japans-Indische Nakomelingen. De naam Japanese Roots werd wellicht te confronterend geacht. Hoe dit ging en hoe het verder ging, is een ander verhaal.

Comments are closed.