Lezing Leo de Coninck 2005

JIN Relatiedag, 11 september 2005

“Beeldvorming in de geschiedenis m.n. Nederlands-Indië – Japan”
Lezing van Leo de Coninck, oud directeur st. Pelita
(Samenvatting)

Geschiedenis is belangrijk. Zonder kennis daarvan wordt verleden van groepen, landen en individuen niet begrepen. In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal.
Het begint met feiten. Op grond van de feiten ontstaat een beeld, en op grond van dat beeld wordt een oordeel geveld, en worden acties ondernomen. Vaak heeft men er een belang bij om een voor landen of individuen zo gunstig of zo ongunstig mogelijk beeld te scheppen.

Geschiedenis kan worden gebruikt en misbruikt. Nationalisme is nog zeer levend.
In de geschiedenislessen worden eigen heldendaden verheerlijkt, eigen fouten verdoezeld, en misdaden van anderen naar voren gehaald. Denk in eigen land aan de strijd tussen protestants en katholiek. Mijn eigen moeder leefde nog met het beeld: de brandstapels (van 400 jaar geleden!) gaan weer roken als de RK de baas worden!

Nationalisme is nog levend. Moeten staten leven en handelen op grond van een geweten? In Nederland en de VS leeft die opvatting. Vandaar de discussies over Indië en Vietnam. In andere landen is een andere benadering sterker. GB: right or wrong, my country. De Gaulle: les états n’ont pas de conscience, ils ont des intéresses. Staten hebben geen geweten, slechts belangen.
Toen de Duitsers binnenvielen werd dat in Nederland als zeer immoreel gezien: oorlog beginnen is al slecht, maar dan ook nog zonder oorlogsverklaring! De Amerikanen reageerden net zo bij de onverhoedse aanval op Pearl Harbor en juist die plotselinge aanval op een vredige zondagmorgen op een vreedzaam land, heeft tot haat geleid, die de latere bombardementen op Japan, inclusief de atoombommen, hielp rechtvaardigen. Waarbij dan altijd de fout wordt gemaakt dat een land als een persoon wordt gezien. Op de vele honderdduizenden onschuldige burgers in Japan en Duitsland wordt wraakgenomen als represaille voor de fouten van hun regeringen.

Ook in een oude democratie zoals in Engeland kunnen verkeerde beelden een grote rol spelen. Toen de Engelsen in de Boerenoorlog Transvaal en Oranje Vrijstaat aanvielen, met een totale, Nederlandstalige, bevolking van 260.000, leden de grote legers van de Britten gevoelige verliezen. De Engelsen wonnen uiteindelijk door het in brand steken van alle boerderijen van strijdende Boeren, al met al een 16.000. De vrouwen en kinderen werden in concentratiekampen gezet, en 40% van de kinderen beneden 15 jaar kwam daarin om door honger en ziekten. In de Engelse geschiedenisboeken wordt dat nergens vermeld: dat zou strijdig zijn met het zelfbeeld: een dapper en grootmoedig volk.

Maar nu dan naar Indië, Indonesië, Japan, Nederland. Die vier namen zijn vanaf 1942 in elkaar verstrengeld in een onontwarbare knoop van beelden, oorlog, gelijk en ongelijk, schuldgevoel en verwijten. Laten we eens kijken welke beelden er zijn ontstaan en hoe die zich verhouden met de werkelijkheid.

We beginnen bij het begin: de oorlog van Japan tegen Nederland. Met de Japanse expansie in China (denk aan de gruweldaden in Nanking) en in ZO-AZIË had Japan grondstoffen, vooral olie, nodig. De VS ging over tot een boycot. Japan richtte de blik op Indië voor olie. Ook Nederland gaf niet toe, de onderhandelingen mislukten. Nederland verklaarde de oorlog. Niet Japan! Japan had dus formeel het recht om Indië aan te vallen, en hoe raar het ook klinkt, NL was de agressor! Had NL een andere keus? Vergelijk eens de situatie van de Sowjet-Unie. In 1934 mislukten de pogingen van Japan om Siberische grondstoffen te krijgen. Japan ging vervolgens de andere kant op. Maar SU heeft nooit de oorlog aan Japan verklaard, en bleef neutraal. In Yalta is afgesproken dat 3 maanden na de capitulatie van Duitsland, aan Japan de oorlog zou worden verklaard. Is ook gebeurd: 8 mei-8 augustus, mosterd na de maaltijd. 6 augustus Hiroshima. SU bleef angstvallig neutraal: in westen bondgenoot VS en GB, in oosten neutraal. Natuurlijk vooral met het oog op de protectie van de eigen positie. Nederland had met Japan kunnen onderhandelen en als de grondstoffen van Indië verkocht waren aan Japan, was de oorlog wellicht voorkomen. Dit is natuurlijk speculatie. Maar voor ons onderwerp is van belang het beeld: de agressor Japan die het arme onschuldige Nederland aanviel!
In Japan is ook een ander, verkeerd, beeld actief, nu gekoesterd in rechtse kringen in Japan, namelijk dat van het Japan als slachtoffer. Voor hen begon de oorlog als het ware pas met de bom op Hiroshima. ‘Vergeten’ wordt in dit beeld dat Japan vanaf 1935 een expansieoorlog voerde, eerst gruwelijk in 1935 in China, daarna in de rest van Azië.

Weer een ander beeld dat ook nu in Japan opgeld doet: Azië bevrijden van het westerse kolonialisme. Nu waren Korea, Taiwan, China en Thailand Aziatische landen en vanaf 1895 was Japan daar al oorlog aan het voeren, dus dat klopt niet. Maar duidelijk is dat Japan het westerse kolonialisme bestreed omdat het Japan in de weg stond. De praktijk wees uit, zoals Joop Ave, Indonesisch minister mij ooit vertelde: in driehalf jaar Japanse bezetting zijn er miljoenen, vooral Javanen omgekomen. Nederland had in drieëenhalve eeuw nog geen fractie van dat onrecht veroorzaakt. En, gaf de christen Joop Ave toe, voor de gewone Javaan was het leven onder de Belanda’s veel beter dan onder de Japanners en zelfs nu onder de Javanen (Ave is Menadonees, kwam dus uit de Minahassa).

Een ander beeld. De vrouwenkampen. In de beelden daarover is negatieve overdrijving en mystificatie te bespeuren. De Japanners hadden een systeem: Aziatisch bloed met bepaald percentage, betekende naar het kamp. Van vernietigingskampen zoals in DLD was natuurlijk geen sprake. De voeding daar was slecht, en er werd honger geleden, doorgaans kregen ze echter het rantsoen van een Japans soldaat. Een Hollandse familie moest wennen aan het magere rantsoen van een kleinere Japanner. Niet vergeten mag worden dat ook het leven buiten de kampen voor Nederlanders zwaar was, ook voor Indische Nederlanders. De bevolking was, opgehitst vaak, vijandig. Mishandelingen in de kampen kwam voor maar was geen schering en inslag. Voor de Japanse militair zelf gold een discipline, waarin slaan normaal was. Het werken als militair in de kampen werd als vernederend ervaren, en de bewakers waren meestal Koreanen, Mandsjoerezen en Taiwannezen, in de ogen van Japanners tweederangs.

Niet ieder zat gedwongen in een kamp. Dat is een onzuiver beeld. Er kwamen ook Indisch-Nederlandse gezinnen voor die vrijwillig zich aanmeldden. Ze konden eruit blijven met een beroep op hun Aziatisch, meestal Javaans bloed, maar de kostwinner was krijgsgevangen, ze voelden zich terecht bedreigd door de buren. In een kamp kwamen ze terecht tussen de totoks, waar ze zich toch het meest mee wilden identificeren. Ze voelden zich immers Nederlander. Toen de WUV ook voor de Japanse kampen van toepassing werd verklaard, dienden ze een aanvraag in, en die werd ook toegekend.

Een andere mystificatie, de gedwongen prostitutie. De Japanners dwongen in de Aziatische landen velen hiertoe. Toen dit een aantal jaren geleden een hot item was, heb ik, tegen de zin overigens van onze regering, een onderzoek laten verrichten door Van Poelgeest naar de situatie in N-Indië. Slechts in een goede honderd gevallen is aanwijsbaar dwang uitgeoefend. Van massaal misbruik was geen sprake. Eénmaal, in een Javaans kamp, is een poging gedaan, tegen de zin van de kampcommandant in, jonge vrouwen te ronselen. Een hogere officier kwam op het idee, en er kwamen enkele vrachtwagens het kamp in. De andere vrouwen evenwel gingen rondom de meisjes staan en er dreigde een reusachtige rel uit te breken. Met een beroep op de openbare orde in zijn kamp, wist de kampcommandant de majoor te bewegen van de hele zaak af te zien, en mokkend vertrok hij. Meer gevallen zijn niet bekend. Waar het mij in dit verhaal om gaat is het (verkeerde) beeld dat massaal in de hele westerse pers werd opgehangen en dat het gebruikelijke beeld bevestigde van de wrede Japanner.

De laatste tijd wordt ook wat meer bekend over de rol van de Japanse soldaten na de capitulatie, 15 augustus 1945. Een golf van geweld spoelde vooral over Java en delen van Sumatra. Een 3500 Indische Nederlanders waren het slachtoffer. Maar ook anderen. In de Bataklanden zijn 9000 christenen omgebracht door de Hizbollah (!). In Indonesië mag hierover niet gepraat of geschreven worden. Ook hier weer: het beeld van de onafhankelijkheidsstrijd mag niet worden aangetast. Daarin past niet de moord op vele duizenden onschuldigen. Op het ereveld in Semarang zijn monumenten opgericht voor de slachtoffers van de Japanse kampen. Er liggen ook honderden graven van bersiapslachtoffers (zie de overlijdensdatum). Deze kennen géen monument. Dat past niet in het zelfbeeld. Die worden doodgezwegen. Aardig is nog te vermelden dat de Japanse soldaten de vrouwenkampen beschermden. Niet de bewakers, die waren al weg, maar reguliere militairen die zich uitmuntend gedroegen. Dat was hard nodig, want pemoeda’s vielen deze kampen aan met het oogmerk de inwoners om te brengen en de Japanners verhinderden dat. Dit soort feiten wordt in de negatieve beeldvorming uiteraard onderbelicht.

Tot slot nog een sprong naar een ander beeld. De onafhankelijkheid van Indonesië. Het beeld dat ook bij ons is blijven hangen is duidelijk: de Nederlandse kolonisators, uitbuiters van het land en de bevolking, wilden het onafhankelijkheidstreven tegengaan en met allerlei wrede middelen probeerden ze de vrijheidslievende Indonesiërs onder de knoet te krijgen of te houden. Na een dappere strijd wisten Soekarno en zijn vrienden de Nederlanders te verdrijven. Dat is dus het beeld. Maar wat is de werkelijkheid? Indonesië is door Nederland geworden wat het is. De duizenden eilanden werden successievelijk vanaf 1600 onder Nederlands bestuur gebracht, het laatst Atjeh in 1906. Toen na bemiddeling van de Amerikanen de accoorden van Lingardjati tot stand kwamen, erkende Nederland de facto de onafhankelijkheid van Indonesië, maar als Verenigde Staten, niet als Republiek. Dat was dus niet wat Soekarno wilde, en de accoorden werden dan ook niet nageleefd. De daaropvolgende kleine oorlogjes gingen dus niet zozeer over de onafhankelijkheid, maar over de wijze waarop het nieuwe onafhankelijke land zijn staatsstructuur zou inrichten. Na de tweede politionele actie werd de Indonesische regering gevangen genomen, en in wezen was de oorlog toen gewonnen. Op 27 december 1949 werd Indonesië onafhankelijk onder de naam Verenigde Staten van Indonesië. Er werden vele andere, ook economische afspraken gemaakt, en Nederland kwam eigenlijk toen goed weg, ook al omdat meer dan 6 miljard werd betaald voor Nederlandse eigendommen, en Soekarno hield zich daar ook aan. Na het vertrek van de Nederlandse troepen echter rolde hij de deelstaten op, en we hebben daaraan nog het Molukse probleem te danken.
U ziet dat ook hier een heel ander beeld is ontstaan, in de loop der jaren. Ik heb zelf de neiging echter om in dit soort gevallen niet meer de verzachtende term “een ander beeld” te gebruiken, maar het meer kasar-woord “geschiedvervalsing”. Hoe het zij, het loopt zoals het loopt, en we kunnen er niets meer aan veranderen.

Wat nu voor u en mij van belang is, we zijn immers allemaal kinderen van de oorlog, is de waarheidsvinding. Dat is van belang, want je eigen verleden komt zo in een ander, beter perspectief. Je bent niet meer afhankelijk van verkeerde beelden, van zwart-wit-verhalen, en van geschiedvervalsing. Landen zijn niet (alleen) engelen of boeven. Dat geldt voor individuen maar ook voor staten. Verkeerde beelden staan in de weg aan begrip en verbeteringen voor de toekomst. Ik hoop een bijdrage te hebben gegeven aan een betere beeldvorming en het daaruit voortvloeiende begrip.

Comments are closed.