Mary Dehne (verhaal)

Heel ontroerend en verwoestend. Zo moeilijk om met een schaamte om te gaan, en zo diepe en lange gevolgen die een oorlog kan veroorzaken.
Nu begin ik te begrijpen waarom “is ze bij met name het Yasakuni monument in een onbedaarlijke huilbui uitgebarsten terwijl zij – voor haar erg ongebruikelijk – hardop heeft geroepen; “en nog steeds heeft niemand hiervan geleerd”.” Maar ik kan nooit begrijpen hoe diep dat is echt voor haar. Aldus FUMI.

 

ZIJ ZIJN ANDERS……KINDEREN VAN EEN JAPANSE VADER

7 juli 2013 om 12:22

De afgelopen week, op woensdag 3 juni 2013, werden er bij ons thuis opnamen gemaakt voor een later te verschijnen Internationale Documentaire over Japans-Indische kinderen die werden geboren tijdens de tweede wereldoorlog. De Japanse documentaire maakster Yuki Sunada en een alleraardigste cameraman Ernst begonnen om ongeveer 13.00 uur opnames te maken en Mary uitgebreid in interviewen. Dit duurde tot 23.00 uur.
Het was voor ons, maar vooral voor Mary, een heel erg emotionele dag. Erg zwaar en zeer ingrijpend. Tranen vloeide rijkelijk maar ook werd er gelachen. Gelukkig waren de beide mensen die de documentaire gestalte moeten geven heel erg aardig en begrijpend. Ondanks alles kijken Mary en ik terug op een fijne ontmoeting met deze twee kanjers.
Tijdens de opnamen kwam onverwacht onze oudste kleinzoon Joey, 14 jaar oud, binnen en heeft het hele interview dat in het Engels plaatsvond meegeluisterd. Natuurlijk wist hij wel het een en ander, maar dit interview ging veel verder dan hij ooit had gehoord. Hij beheerst het Engels zeer goed en kon alles volgen. Ook bij hem schoten de traantjes, uit liefde voor zijn Oma, regelmatig over de wang. Wat een fijn jong is het toch.
Vroeg in de avond wilde Yuki Sunada ook nog graag opnamen maken met onze jongste kleindochter Senna, die qua uiterlijk sterk aan Mary doet denken in haar vroegste jeugd. Gelukkig wilde haar moeder Colette daaraan meewerken zodat ik hun snel vanuit Anna Paulowna kon ophalen. Wat een schat, zij werkte uiteindelijk heel leuk mee en ondanks dat zij er na enige tijd geen zin meer in had, volgde zij toch nog de nodige aanwijzingen op. Ik denk dat er prachtige plaatjes zijn geschoten van dat heerlijke ding.

de medewerkers aan de documentaire

Iedere oorlog laat een generatie achter die iets “speciaals”is.
Ikzelf ben geen kind van de vijand, maar ben er bijna 50 jaar geleden mee getrouwd. Mijn vrouw is tijdens de tweede wereldoorlog geboren uit een relatie tussen een Nederlands Indische vrouw en een Japanse man. Een bezetter zo u wilt.
Zij behoort daarmee tot een groep van oorlogskinderen die, behoudens door een paar krantenartikelen en een door mij geschreven boek, niet of nauwelijks bekend waren. Jarenlang hebben zij gezwegen over hun afkomst. Deels uit schaamte en deels gedwongen door de sociale context waarbinnen zij leefden.

Als de familie uit schaamte, of omdat ze je wilden beschermen, een geheim bewaarde, zal vaak verdriet de sterkste emotie zijn. Wie met een geheim wordt geconfronteerd, heeft daar psychisch een zware kluif aan. Je kiest er niet voor, noch om het geheim te horen, noch het moment. En heb je het eenmaal gehoord dan kun je het niet meer terugdraaien. Je zult ermee verder moeten leven. Zolang er gezwegen wordt blijft het geheim iets schaamtevols, iets vreselijks, een soort zwarte bladzijde waarover je niet praat. Gelukkig is binnen deze groep van oorlogskinderen de laatste 15 jaar een doorbraak ontstaan, met dien verstande dat zij – tenminste een aantal van hen – nu kunnen vertellen over wie ze zijn en daarmee ook naar buiten durven te treden.
Helaas weten ook een aantal van deze kinderen – die nu allemaal zo rond de leeftijd van 68 jaar zijn – niet echt wie ze zijn. Soms weten ze wel de naam van hun biologische vader, maar vaak ook niet. Al te vaak is bij een aantal van hen het geheim mee het graf ingenomen door hun overleden moeder en andere familieleden.
Zij zijn echte wezen.

Wat vaak frustreert is dat de moeders veelal door het leven zijn gegaan en als het ware gehandicapt waren in hun gevoelens. Veel moeders – dat worden er snel minder – die nu nog leven durven nog steeds niet te praten.

Als je geboren wordt is dat een onvrijwillige keuze. Immers die keuze wordt gemaakt door je verwekkers of door slechts één van hen. Vrijwilligheid of onvrijwilligheid speelt daarbij geen enkele rol. Met de gevolgen wordt je pas later en soms veel later geconfronteerd. Mijn echtgenote werd eerst op 15 jarige leeftijd voor de eerste keer geconfronteerd met haar afkomst.
Het zal je maar gebeuren dat, midden in je pubertijd waarin je het in ieder geval al moeilijk hebt met jezelf, iemand in je directe omgeving op een sneaky manier tegen je zegt, zogenaamd in vertrouwen en zogenaamd het beste met je voorhebbend, “hé meis, weet je dat je vader je vader niet is”. Je vader is een Japanner. Vraag maar aan je moeder, die heeft nog wel een foto van hem. Totaal overdonderd, vol ongeloof en volkomen verward werd deze boodschap op haar bordje gelegd. Nogmaals in één van de moeilijkste periodes in een kinderleven; de pubertijd.
Je vader, de man die je respecteerde, die je liefhad, die altijd voor je klaar stond, die met je ging brommerrijden “was je vader niet?” Ze begreep er geen ene moer van.
Wie was mijn vader dan wel? Waarom ging mijn moeder een relatie aan met de vijand? Dat zijn vragen die dan onmiddellijk naar boven komen.

Praten daarover met moeder of vader durfde ze toen niet en later nog steeds niet. Uitleg kreeg ze uiteindelijk pas een aantal jaren later en dan nog in heel summiere vorm. Echte gesprekken over dit onderwerp hebben nooit plaatsgevonden en helaas kunnen deze nu niet meer worden gevoerd. Moeder is dementerend en de man die haar opvoedde is overleden.

Verteld werd dat er geen keuze bestond of er wel of niet een relatie begon. Haar moeder was in die tijd net 18 jaar, bijna 2 jaar getrouwd met een KNIL-militair en had al een dochter. “Haar Japanner was toen rond de 46 jaar oud en had een zeer hoge civiele functie. Hij stond ineens voor de deur en “wilde haar”. Angst voerde de boventoon. Later in die relatie – die bijna 3 jaar heeft geduurd – ontstond er een soort genegenheid of iets dergelijks. Hoewel het in aanvang dus een ongelijkwaardige relatie was is er naderhand toch een vorm van liefde ontstaan. Het uiteindelijke product daarvan is mijn echtgenote.
Ik zal niet haar hele levensverhaal beschrijven, want dat heb ik al eerder gedaan in mijn boek “HET LEVEN GAAT DOOR” (momenteel wordt gewerkt aan een Engelse versie hiervan).

Haar leven is in een latere fase zeer moeilijk geworden. In aanvang na de wereldoorlog als gevolg van discriminatie, afwijzing e.d. Later kwam hier nog een identiteitscrisis bij, gepaard gaand met vele nachtmerries. Dit leidde ertoe dat zij bijna 3 jaar onder psychiatrische behandeling moest in het Sinai centrum in Amstelveen.

Een zeer bekend feit is dat de Indische Nederlanders en alle anderen die in de Oost hebben verbleven gedurende de roerige jaren tussen 1942 en 1950 of soms daarna nog, geen woord spraken over al die zaken die ze hadden meegemaakt en beleefd. Niet met hun kinderen, niet met hun familie, vaak zelfs niet met hun echtgenote of echtgenoot.. Dit is “het Indisch stilzwijgen”. En dat werd bewaard en gekoesterd en de vele traumata werden stilzwijgend met zich mee gedragen…
Allerlei soorten van problemen ontstonden hierdoor. Vormen van afwijkend gedrag kunnen daaraan worden toegeschreven. Verbroken huwelijken, overspel, verwijdering van kinderen en familie waren vaak het gevolg van dat grote stilzwijgen.

Familie begint binnen je eigen gezin. Daar ligt de bakermat en nergens anders.. Je familie zijn  je ouders, je broers en zusters. De rest is toegevoegde waarde, zoals oom en tantes, neven en nichten. Je vader is diegene die je opgevoed heeft en hoeft niet diegene te zijn die je verwekt heeft. Dat is een aloud gezegde dat een grote kern van waarheid in zich heeft.
Maar……….daarbij doet zich alleen het probleem voor dat je in je opvoedvader geen genetische herkenning hebt. Hoe goed en lief deze vader ook voor je is geweest. Hij is en blijft  je “opvoeder”. En daar bestaat – als het een goede opvoeding is geweest – een levenslange waardering voor bestaan. Blijft nog over het feit dat je werkelijke afkomst dan nog verborgen blijft, want immers je weet niets van je biologische vader. Bovendien ken je de andere familie niet. Natuurlijk blijft er een soort wens bestaan om je biologische vader te leren kennen of te ontmoeten, maar helaas is dat meestal niet of niet meer mogelijk.
Natuurlijk weten alle Japans Indische kinderen wat er in de oorlog is gebeurd. Maar zij weten ook dat dit nooit vergeten mag worden. Maar wat even natuurlijk is, is dat zij recht hebben om te weten van wie je vandaan komt. Te weten; “wie of wat je vader is als mens, als vader, of wat dan ook”. Te weten of vermoeden dat je nog meer familie hebt, maar niets van ze weet is voor velen frustrerend. Veel van de Japans Indische kinderen zijn op deze manier op zoek naar hun roos, hun onbekende helft.
Een ieder moet beseffen dat elk kind er recht op heeft om te weten wie zijn of haar ouders zijn, zo zij zulks begeren.
In een maatschappij die boordevol zit met informatie, archieven die uitpuilen van gegevens, en mensen die nog separate kennis hebben, moet het mogelijk zijn om hier wat mee te doen.
Gelukkig zijn er organisaties als JIN en Sakura die hen daarin bijstaan, mede geholpen door vele mensen afkomstig uit Japan of die in Japan hun domicilie hebben.
Dit verhaal is misleidend. Kinderen van een Japanse vader zijn eigenlijk niet “anders”, zij zijn gewoon gelijk aan alle andere kinderen, die helaas hun vader niet kennen en soms niet weten wie hij is. Bij Japanse Indische kinderen zijn alleen de omstandigheden uit die tijd wat anders.

dit is Mary met haar biologische vader.

Comments are closed.