RELATIEDAG 2008

vanBodegom

JIN-Relatiedag 27 september 2008

Op 27 september jl. is de traditionele bijeenkomst gehouden voor leden, vrienden, bekenden en relaties van de vereniging. Het was een zaterdag in plaats van de traditionele zondag, en de locatie in Ede was nieuw en niet voor ieder makkelijk te bereiken, maar de opkomst was hoog. Het was weer een gezellige mix van trouwe bezoekers, nieuwe gasten, bekenden van andere verenigingen en stichtingen, Japanse relaties, en moeders en (klein)kinderen, en diverse andere leden van de vereniging.

Het programma was als altijd druk en gevarieerd: een gastspreker (Joost van Bodegom), koto- en samisenmuziek (Ryuzan), workshop Kimono dressing (Japanese Women Club), shogi-demonstratie (Frank Wouters), muziek van Mundar Mandir (familie Sinay), veel gelegenheid voor bijpraten, afgesloten door een Indische maaltijd.

Joost van Bodegom, voorzitter van de stichting Herdenking 15 augustus 1945, hield een boeiende, persoonlijke voordracht onder de titel “Tropenjaren in Nederland”. Heel kort samengevat als volgt. Degenen die de oorlog in Indië hebben meegemaakt, wie ook en aan welke kant ook, kan je zien als lotgenoten, in die zin dat het lot van die oorlog hen heeft bijeengebracht. Velen zijn later op zoek gegaan naar hun geschiedenis. Velen hebben hun problemen met die oorlog willen verwerken. Een goede manier is: schrijf het op. Vervolgens: verdiep je in de geschiedenis, en ook in die van anderen. Dan kom je tot een aantal “minne constateringen”, samenhangende met de koloniale overheersing (zie bv Kousbroek, en Breman’s boek over koelies en planters). En de koloniale oorlog na 1945 (bv de affaire Rawagede). Dat doet pijn. Zijn devies is dan: “eerst het eigen nest opruimen”. In 2001 ging hij naar Japan (met de EKNJ), met in zijn achterhoofd zijn vader, en diens belevenissen in Birma, waar zijn vader nooit over heeft willen praten. In een toespraak in Nagasaki is Joost nagegaan, welke goede dingen hij van de Japanners nog wist. Twee onbekende soldaten die zijn ouderlijke huis in Blitar bezochten, waar zij door moeder op thee werden onthaald, terwijl hij en zijn broertje met een legpuzzel bezig waren, en die de dag erna een mand lekkernijen lieten bezorgen. De Japanse commandant van Galoehan, die afzag van het zich toeëigenen van een tam papegaaitje, omdat de kinderen –aldus de kampleidster- dan ontroostbaar zouden zijn. De commandant van Banja Biroe XI, Takada Katsuaki, die eind mei ’45 hun kamparts een hint gaf (“de dames weten te veel”) om ervoor te zorgen dat een radio op tijd zou verdwijnen, om de gevolgen van ontdekking door de Kenpeitai te voorkomen. Een bewijs van diens humaniteit, waarvan er meer waren. Majoor Kido die in kamp Lampersari hen beveiligde tegen de aanvallen van de Indonesische vrijheidsstrijders. Hij noemt deze voorbeelden van Japans humanitair gedrag die hij uit eigen wetenschap kent: “omdat elk van hen jullie vader had kunnen zijn en wie zou zich zo’n vader niet wensen?” … “Daarmee is natuurlijk niet alles ineens vergeven en vergeten. Verzoenen is berusten in je onomkeerbare lot. Het is een houding waarmee je in de toekomst verder kunt. Met de Japanners van nu. Daar lopen hele slechte bij, net zoals er in Nederland hele slechte mensen rondlopen. Maar de veralgemenisering die van alle Japanners slechte mensen maakt moet de wereld uit. Zoals we niet over dé Duitsers moeten spreken als we het over de Nazimisdadigers hebben.” In het vervolg van zijn toespraak liet van Bodegom nog een flink aantal zaken de revue passeren: het bezoek van Koizumi aan de Yasukuni-schrijn; aan de andere kant: de meerderheid dus zeker 65 miljoen Japanners was daar tegen; het niet nemen van verantwoordelijkheid door Hirohito, ofwel ‘Darohito’, lees de historicus Bix; het intermenselijke klimaat in Indië, waar sympathie voor apartheid bestond, en een (uiterst) rechts klimaat overheerste; kinderen van gemengde huwelijken waren in hun ogen taboe; het bezoek van Mussert aan Siantar aan de Oostkust van Sumatra in 1935, en later Medan; de betreurenswaardige rede op de 15 augustus herdenking in 2004 van Smalhout; de Njai van Reggie Baay, en de parallellen die te trekken zijn. Hij besloot met de woorden: “De tropenjaren echter zullen blijven na de ruim 63 jaar die jullie er al op hebben zitten. Weet dat er velen in Nederland aan jullie kant staan. Samen met hen zullen jullie het hopelijk nog beter redden in de toekomst. Laten we samen optrekken. Mijn steun hebben jullie.” Joost van Bodegom beantwoordde nog vele vragen die vanuit de zaal op hem werden afgevuurd.

Daarna ontrolde zich de rest van het programma, onder andere de workshop KIMONO-dressing waarvan ook de toeschouwers konden genieten. Zie de foto hierboven! Emiko Kannan (van de vereniging Kamome) doet de workshop op 2 november aanstaande voor andere belangstellenden. Zie de aankondiging elders.

Comments are closed.