“Tante Sony” JIN blad 2008

Tante Sony, Japanese Roots

Geplaatst op 19/08/2008 (JIN blad 2008)

Op 16 september 1983 plaatsten Hideko en Chérie een advertentie in de Volkskrant met de tekst: “Wij zoeken contact met mensen, die net als wij, van Indisch-Japanse afkomst zijn. Schrijf naar JAPANESE ROOTS, Postbus 2331, Lelystad.” Per omgaande reageerde een journalist die bezig was met het boek Een draad van angst. Een hoofdstuk daarin zou worden besteed aan een interview met ‘een kind van een Japanse vader’ dat hij kort daarvoor had afgenomen. In het boek dat een jaar later in oktober 1984 zou verschijnen, is na gesprekken met Hideko en Chérie een hoofdstuk toegevoegd over Japanese Roots (wat veel publiciteit zou opleveren). In maart 1984 was al in Moesson een tweede, soortgelijke advertentie geplaatst. Daarop kwam een brief binnen van tante Sony, een pseudoniem van een vrouw die zich niet bekend wilde maken, een Indische met een Japanse dochter (hierna afgekort tot E.). Hieruit ontstond een correspondentie van brieven en kaartjes die zich tot in 1987 uitstrekte. Stukje bij beetje gaf ze haar verhaal prijs. Maar ze heeft nooit alles willen vertellen. Alle pogingen om haar of haar dochter tot een ontmoeting te bewegen, liepen op niets uit. Uiteindelijk doofde de briefwisseling (daarom) uit. Haar identiteit is in het duister gebleven. De rede van Chantal op de 15 augustus herdenking was aanleiding om deze correspondentie uit het archief te halen, te herlezen en het verhaal aan een breder publiek kenbaar te maken.

De eerste brief van 10 april 1984 luidt: “Na het lezen van de Moesson, no. 16, kwam de behoefte in me op om jullie te benaderen, wat ik na enige aarzeling, bij deze dan ook doe. Om een zeer bepaalde reden heeft genoemde advertentie namelijk indruk op me gemaakt. Ten eerste bewonder ik jullie moed om die te plaatsen, want ik ben er zeker van dat er door velen die hem lezen, negatief gedacht en gesproken wordt. Ik hoop daarom ook dat desondanks jullie toch zullen slagen in jullie opzet en mochten jullie nare reacties ontvangen, jullie je niet laten afschrikken en er boven blijven staan, verlies jullie moed niet! De volgende reden is dat ik zo graag ook contact zou willen hebben met de moeders van hen die jullie in je advertentie genoemd hebben. Althans met die moeders die ik indertijd gekend heb (ik ben zelf een Indische vrouw met een Japanse dochter). Sinds het einde van de oorlog en de toestanden in Indonesië daarna, ben ik alle contacten kwijtgeraakt. (…) Waarom mijn dochter, E. genaamd, zichzelf niet meldt, dat kan ik jullie pas een volgende keer uitleggen, want dat is een heel verhaal op zichzelf en daar heb ik meer bladzijden voor nodig en ook de tijd ervoor die me momenteel ontbreekt. Vol verwachting kijk ik daarom naar jullie antwoord hierop uit en wens jullie nogmaals veel succes en sterkte toe! Met hartelijke groeten en liefs van E. en haar moeder, noem mij maar tante “Sony” (volgt een postbusnummer).

Op 16 mei 1984 schrijft zij: “Lieve Chérie (wat een schattige naam), eindelijk is het zover dat ik je kan schrijven. Alleen wilde ik je vragen er even voor te gaan zitten. (..) Het is namelijk geen prettige mededeling die ik je nu doe toekomen. Waar het om gaat is het volgende. Ik heb jullie plan om contacten te leggen met personen die net als jullie (en E.) van Indisch-Japanse afkomst zijn en hun moeders, bij mijn familie ter sprake gebracht, evenzo over mijn instemming ermee (wij zijn éen grote en hechte familie en overleggen altijd alles met elkaar) maar tot mijn grootste teleurstelling stootte ik op grote tegenstand. Ze waren onthutst dat ik zo onbezonnen heb gehandeld, door op jullie advertentie in te gaan en geen rekening heb gehouden met de familie (naam en eer). Hoewel ze begrip hebben voor jullie beweegredenen (het zoeken naar jullie roots) vrezen ze toch dat er een storm van verontwaardiging zal opsteken onder de mensen uit Indië die de bezettingstijd hebben meegemaakt wanneer dit ooit in de openbaarheid zou komen (zoals het geval van de ex-nazi’s die ook reünie’s hielden). Zelfs kinderen van Nederlandse ouders die toen fout waren geweest (NSB) hebben het na meer dan 40 jaren nog steeds heel moeilijk om naar buiten te treden omdat zij ook nog steeds veracht en geminacht worden. Mijn familie vindt dat al diegenen (o.a. mijn persoon en hun kinderen zich het beste bij de feiten kunnen neerleggen aangezien deze zaak niet te vergelijken is met die van de kinderen van de bevrijders (Amerikanen, Canadezen, etc) zowel in Nederland, Duitsland na de oorlog, evenzo Korea en Vietnam. Ze zijn er zelfs ook zeker van dat de meeste moeders en hun kinderen (van Japanse afkomst) geheimhouding wensen en dat ze zelfs niets meer met het verleden te maken willen hebben. Je begrijpt Chérie dat ik eigenlijk niet weet wat ik moet doen en zeer vertwijfeld ben geraakt. Ik zou mijn familie niet graag voor het hoofd stoten, vooral ook omdat zij E. geaccepteerd heeft en van haar houden, evenals mijn Indische man (overleden in 1979) dat heeft gedaan. Mijn pas teruggevonden vriendin waar ik je laatst over schreef heeft ook een gelukkig huwelijk en ook haar zoon is als een eigen kind voor haar man. Ze zei me dat ze beslist de moed niet heeft om met haar man en haar familie over jullie plan te praten (..) Zelf zou ze ook heel graag weer contact willen hebben met bekenden van toen en ook met onbekenden, maar ze is ook bevreesd voor de reacties van de mensen als dit in de publiciteit zou komen. De wereld is hard Chérie, onze misstap (door omstandigheden) schijnt onvergeeflijk te zijn en jullie (de kinderen) worden ook niet ontzien, hoewel jullie geen enkele schuld treffen. Vergeef me lieve kind, dat ik je zo’n ontmoedigende brief heb geschreven, wat beslist niet mijn bedoeling was. (..) ik zou zo graag contact met jullie willen houden als jullie het goed vinden. Ik hoop jullie eens te kunnen ontmoeten, dan vertel ik je persoonlijk alles wat ik nu nog niet kan doen. Is het goed? Namens mijn vriendin moest ik je vragen of jij en je moeder van Midden-Java afkomstig zijn (Semarang en omstreken). De naam Landegent komt haar zo bekend voor. Zij is van Semarang (zoon in 1944 aldaar geboren) en ik ben van Magelang (E. aldaar in 1944 geboren) maar na de oorlog naar Semarang verhuisd. Mochten er toch nog moeders met hun kinderen zijn van die plaatsen die zich melden bij jullie, wil je het ons dan laten weten? Ondanks alles wensen we jullie heel veel succes en doen jullie al onze sympathie toekomen. Met heel hartelijke groeten en liefs ook voor Hideko, van tante Sony (en E.).

Op 6 juni 1984: Lieve Hideko, Vind je het goed dat ik ook jou af en toe een kaartje of briefje zend, gewoon uit sympathie, omdat ik ook een dochter heb die van dezelfde leeftijd en afkomst is als jij bent. Ze heet E. (geb.febr ’44). Naar Chérie heb ik al een paar maal geschreven. (..) met hartelijke groeten en liefs van tante Sony (en E.).

In oktober schrijft Hideko een lange persoonlijke brief. Daarop komt op 11 november 1984 de volgende lange brief:

Lieve Hideko, Mijn allerhartelijkste dank voor je hele lange lieve brief; ik kan zien dat je er speciaal voor de tijd genomen hebt, terwijl je die tijd eigenlijk beter kon gebruiken, of beter gezegd, aan andere taken vanwege je drukke werkzaamheden besteden. Vergeef het me alsjeblief lieve kind, dat ik je zo lang op antwoord heb laten wachten; de reden is dat ik 2 1/2 maand van huis was en pas de 6e november j.l. teruggekomen ben. Je brief heb ik met alle aandacht gelezen en dit een paar maal herhaald omdat hij zo’n geweldige indruk op me heeft gemaakt en ik maak er ook uit op dat je een heel ambitieus en actief persoontje bent. Vooral de wijze waarop je over je ouders vertelt, hen je liefde en dankbaarheid betoont en alle eer, dat heeft me zo ontroerd en ik kan me voorstellen dat zij ook heel trots op je zijn. Je optreden en presentatie tezamen met Emiko in het radioprogramma “Oogluik” was in één woord geweldig! Met samengeknepen handen en trillend van emotie en spanning heb ik zitten luisteren en ook daarna ben ik er nog steeds onder de indruk van (noot dzz: gedoeld wordt op de KRO-uitzending van 4 november 1984 gewijd aan het uitkomen van het boek Een draad van angst. Hideko sprak in die uitzending over de grote, niet in het boek voorkomende groep: de Nederlands-Indische vrouwen buiten de kampen). Zoals jullie voor je lotgenoten en hun moeders opkwamen zonder enige terughoudendheid en begrip probeerden te vinden voor hun situaties, problemen en noden, daar kunnen we jullie alleen maar zeer dankbaar om zijn. Natuurlijk zal dit jullie door zeer velen niet in dank afgenomen zijn en vrees ik dat er nog steeds felle en onaangename reacties zullen binnenkomen, maar ik ben er zeker van dat jij en Emiko (=Chérie) je er moedig doorheen zullen slaan, want uit alles spreekt jullie moed, branie en onverschrokkenheid (..). Oogluik heb ik bij mijn familie die mij er ook op heeft geattendeerd, bekeken. Over één ding was ik het echter absoluut niet met je eens lieve meid; je had het erover dat de Indische mensen toleranter zijn dan anderen terwijl je gesprekspartner van oordeel was dat de meeste discriminatie en veroordeling t.o.v. jullie lotgenoten en hun moeders juist van de kant van de Indische gemeenschap komt, waarin ik hem volkomen gelijk geef, want dit is de waarheid. Het klinkt gewoon ongelooflijk dat jij en je moeder er nooit wat van gemerkt hebben, nou dan geloof ik toch eerder zoals Emiko vertelde dat ze het achter jullie ruggen doen en nooit in jullie gezicht! Want die ervaring heb ik persoonlijk evenzo mijn familie tot op heden; er wordt nog steeds nagetrapt, vernederd, belasterd, etc,etc., heel stiekem, achteraf, dat je via via te weten komt en allemaal uit die hoek! Je eigen gemeenschap! Zolang wij hier in Holland wonen sinds 1950 is het ons opgevallen dat je van de Hollanders niets merkt van discriminatie en alsmaar nawijzen van meisjes die kinderen van Duitsers hebben (..) Ze zijn er na de oorlog voor gestraft en vernederd oké maar daarna is toch alles afgelopen; je blijft toch niet aan het straffen?! Persoonlijk ben ik er zéér door gefrustreerd en ook mensenschuw van geworden (vandaar ook mijn schuilnaam en postbusnummer en geheim telefoonnummer). Ik kom nergens waar Indische mensen bijeenkomen, al die koempoelans zal ik maar noemen (..) want wat daar wordt afgeroddeld, en waarover het meest..? Juist ja, over de oorlogstijd en de “Japanse hoeren”; J.H. zo noemen ze mij nog steeds! Het zijn hartelozen en ook veel huichelaars, die zelf niet “brandschoon” waren toen, maar nu de heilige boontjes uithangen, maar ja de “bewijzen”(kinderen) zijn er niet en dat is hun “geluk”, zodoende! Velen kennen mij of weten wie ik ben, vaak door anderen ingelicht, doordat ik in een stad heb gewoond waar iedereen iedereen kent. Alleen onze beste kennissen zijn ons trouw gebleven en veroordelen ons niet, omdat zij onze situatie kenden en er begrip voor hadden en nog hebben. Voor de rest zijn wij (onze familie) maar ik in het bijzonder uitgestotenen en gebrandmerkten. Terwijl zij wisten hoe moeilijk wij het hadden, mijn moeder die een zwakke gezondheid had, met tien kinderen achtergebleven, toen haar man en twee oudste zonen de krijgsgevangenschap in gingen. Van de 10 was ik de oudste, pas 17 jaar, toen Ned.-Indië zich overgaf; hoe moesten we verder leven zonder enkele inkomsten en vooral als je eerst volop had en in luxe leefde. Alles werd te gelde gemaakt om van te leven, eerst sieraden, daarna alle kostbare bezittingen, toen huisraad, kleren, gordijnen, stofjes, lakens, álles, álles wat maar geld opbracht, en natuurlijk door onervarenheid gingen ze voor een appel en ei van de hand, je dacht ook dat de oorlog snel voorbij zou zijn. Het gonsde van de geruchten en iedereen was er zó zeker van dat binnen enkele maanden Indië heroverd zou worden en dan zou alles weer als vanouds worden. We hebben het geweten! Enfin, dit verhaal zul je al vele malen van je moeder en anderen hebben gehoord. Er is zo onnoemelijk veel gebeurd in die tijd, je leefde in grote onzekerheid en angst, het was zo uitzichtloos en het werd al erger en erger, naarmate de “bevrijding” uitbleef. Uiteindelijk legde je je maar bij de situatie neer, maar hoopte in het ergste geval dan maar geinterneerd te worden, want daar rekende je op vanwege je ras-echte Hollandse vader (mijn moeder Menadonese) en vooral omdat je van Hollandse afkomst nogal duidelijk opviel. Ik ben als Indisch zijnde heel erg blank en ook lang (1.68), wel donker haar maar groen-bruine ogen (Intussen is mijn haar aan het grijzen en sinds een paar jaar ben ik gebrild; de tand des tijds, hè; ik ben kort geleden 60 geworden (maar ik voel me 30 hoor). Om op die internering terug te komen, we kregen uiteindelijk inderdaad een oproep en ofschoon je niet wist wat er allemaal in zo’n kamp ging gebeuren, voelde je je toch opgelucht, want je was met zovelen en er zou voor ons allen gezorgd worden, dus geen getob meer over hoe je weer aan eten moest komen en andere benodigdheden iedere dag opnieuw en voor zóveel monden. Niemand kon je helpen, familieleden, kennissen, iedereen had zijn eigen zorgen. Helaas…, na in twee groepen te zijn verdeeld: Hollandse vrouwen en kinderen aan de ene kant en Indische aan de andere kant, kreeg de laatste te horen dat die naar huis kon; daar ging je dan weer met nog grotere angst en onzekerheid; hoe nu verder?! De rest vertel ik je misschien later alhoewel ik vrees dat het je zou kunnen schokken, want er is iets ergs gebeurd , waar ik verschrikkelijk veel verdriet, spijt en wroeging van heb en dat betrekking heeft op mijn E. Ik lijd er zeer onder en het zal tot mijn dood zo blijven, het achtervolgt me en loopt als een rode draad door mijn leven. Van die tijd af beheerst het mijn leven, dag en nacht en ondanks mijn gelukkige huwelijk met mijn Indische man tot aan zijn overlijden (1979) en onze drie kinderen die we kregen, heeft dat me vast in zijn greep. Vooral nu ik helemaal alleen ben, de kinderen zijn allemaal het huis uit (getrouwd), heb ik te maken met depressieve buien, een vreselijk gevoel van verlatenheid en eenzaamheid; het leven heeft voor mij geen betekenis meer, maar ik moet verder gaan en juist en speciaal voor E., zij heeft mij zo nodig en is van mij afhankelijk. Mijn 3 andere kinderen zijn goed terecht gekomen; (…) Met E. en met mij (evenals met haar vader) is het heel anders gegaan dan met jou, Chérie en jullie ouders, het is een heel trieste en verdrietige zaak, waar ik je onmogelijk over kan vertellen aangezien jij die tijd niet bewust hebt meegemaakt omdat jij zelf nog maar klein was. Het énige dat ik je kan laten weten is, dat mijn dochter haar naam wel van haar vader kreeg (dat was zijn wens als het een meisje werd), maar hem niet kent en hij haar ook niet. Mijn Japanse man moest naar het front (het was tenslotte oorlog) toen ik 6 mnd. zwanger was. Hij was officier (kapitein); hij vertrok op 20 november 1943 en precies 3 mnd later op …..1944 werd E. geboren. Of hij nog leeft? We hebben sindsdien niets meer vernomen; je mocht niets weten, zelfs niet naar welk front, het was zwaar oorlogsgeheim. Voor E. zou ik zo graag nog wat van hem willen weten, of hij nog leeft of niet, maar we moeten ook rekening houden met zijn familie (Samurai-voorgeslacht), tradities etc etc., hij behoort tenslotte ook tot de oudere garde , dus zeer conservatief en traditioneel. E. heeft van ons allebei wat, ze heeft haar vaders zwarte ogen en ietwat amandelvormig, zijn sluike zwarte haar (ik heb slag en golven in mijn haar) en huidskleur, al valt ze niet erg op als Japanse. Zij is ook lang en slank, ook haar vader is lang voor een Japanner (1.72), maar onder de officieren had je er meer die groot waren. Lieve Hideko, ik ga er nu een eind aan maken en ik hoop nog eens van jou en Cherie te mogen vernemen. Nog heel erg bedankt nogmaals voor je lange brief en ook voor dat mooie embleem en adres. Vergeet je niet je moeder en die van Cherie evenals hun gezinnen de groeten van mij te doen? Wie weet dat ik éens de moed zal kunnen opbrengen om contact met je moeder op te nemen via jou. Heel veel groetjes en liefs voor jou, Cherie en jullie gezinnen. van tante Sony en bijbehorenden.

P.S. Lieve Hideko, ik had je een langere brief beloofd maar ik vond het toch onverstandig om je met mijn problemen en frustraties op te schepen, je zou het je misschien erg aantrekken en dat heb ik liever niet, je bent nog zo jong en je leven is zo mooi, je hebt ook de zorg voor je gezin, het mag allemaal beslist niet verstoord worden door problemen van anderen. Het geval van E. is een héél apart geval en er is niets meer aan te doen of te veranderen. Mijn grote verdriet is vooral , dat haar vader hier geen weet van heeft (als hij nog leeft) want ik had zo graag dat ook hij haar hielp, want hij is voor zijn kind óók verantwoordelijk evenveel als ik, maar vooral ook omdat hij álles (tóen) in het werk had gesteld om mij als zijn vrouw te mogen hebben, ondanks mijn tegenstand (het was oorlog en mijn vader en 2 broers zaten in krijgsgevangenkampen); ik was ook nog zo jong en hij veel ouder. Er is zelfs een bemiddelaar-tolk bij gehaald; een oud-ingezetene van de stad waar ik woonde, ook een Japanner, getrouwd met een Indonesische vrouw en ook veel kinderen. Hij sprak vloeiend Indonesisch en Nederlands, woonde al ver voor de oorlog in Indië. Hij, de tolk, was toen ca. 60 jr. en heette Mr. Mori.Trouwens alles is zéér vreemd gegaan, onze oproep voor internering en de behandeling vergeleken bij dat van de andere Indische mensen was ook héél apart. Later concludeerden we (de hele familie) pas dat er achter ons om al van alles geregeld was, ook mijn “huwelijk”met mijn Japanse man. Langer tegenstand kon ik uiteindelijk niet meer bieden en heb mijn hoofd toen gebogen. Kort na mijn 18e jr. (ik kende hem toen al 6 maanden), werd ik zijn “bruid”. Eén ding wil ik hem wel nageven: hij heeft mij correct en respectvol behandeld, altijd even attent en bezorgd, ook t.o.v. mijn familie e.a. Tegenover jou wil ik nog iets bekennen, n. l. dat Sony een later bijkomende naam is. In werkelijkheid kreeg ik E. als naam van mijn man en dat moest ik aan mijn dochter doorgeven. Hij noemde mij in het dagelijks leven Emichan of Michan. Mijn Indische man (die schat), bleef mij daarna tot zijn dood Miekje of Mietje noemen. Hij heeft mij nóóit iets verweten en E.was gewoon “zijn kind”. Zelf was hij notabene Knilmilitair en krijgsgevangene, 3 jaar in Kamioka, Japan. Lieve Hideko voorlopig tot zover. Vergeef me alle kladden en fouten, ik hoop dat deze brief toch leesbaar is. Gomen nasai. Met heel veel liefs van tante Sony. N.B. mag ik je hierbij de portokosten teruggeven want ik vind het zo erg dat je zoveel voor moest uitgeven. Laat het maar aan mij over. Goed? Dag Hidekosan!

Omdat zij ondanks veel aandringen bleef weigeren een ontmoeting te hebben of zich bekend te maken, komt de correspondentie geleidelijk tot een einde. In haar laatste brief in het archief, van 16 januari 1987 schrijft zij onder andere:

(…) Toevallig noem ik ze ook de “Horde” of “De Meute” (jachthonden). Het wordt almaar erger, naarmate de jaren verstrijken, ze weten van geen ophouden. (…) (noot dzz: waarschijnlijk reageert zij hier op het bericht dat de voordeur van Hideko is beklad met harakiri). Nee, dan zijn ‘wij’ (…) héél wat deemoediger en schuldbewuster, nietwaar? Alhoewel er in ‘ons’ geval van ‘schuld’ eigenlijk geen sprake is; de omstandighedendwongen ‘ons’ ertoe, maar we hebben niemand leed ermee aangedaan, integendeel, ‘wijzelf’ zitten nu met de gevolgen en het leed dat anderen ons aandoen, zo is het toch! Lieve Hideko, ik hoop ééns je te kunnen bellen, momenteel heb ik de moed er niet toe, vanwege mijn emoties; naarmate de jaren verstrijken word ik verdrietiger en depressiever. Je weet niet half hoe ik jou en je moeder benijd dat jullie alles weten van je vader en contact met hem hebben… Eens zal ik je alles toevertrouwen zodra ik het kan opbrengen…Mijn dochter is nu ernstig ziek en zeer verzwakt..het is zo’n lief, bescheiden en tevreden kind…zij is zo moedig en voorbeeldig, net als haar vader. Ze lijkt ook meer op hem dan op mij al zie je aan haar niets van zijn nationaliteit (je moet het gewoon wéten), wel huidskleur en donkere ogen; ik heb een (Europese) blanke huidskleur en groen-bruine ogen, maar aan haar zie je meteen dat ze tóch mijn dochter is, al is ze van gemengd bloed. Lieve Hideko, ik ga nu eindigen met “tot een volgende keer”. Hartelijke groetjes en liefs, ook voor je moeder en overige familie en andere “lotgenoten” van E. en tante Sony. P.S. Heerlijk sashimi!

Die ‘volgende keer’ is er helaas niet meer van gekomen.

Comments are closed.