BOEKEN

Vrouwen uit Nederlands-Indië naar Japan (1946) en Japans Indische kinderen

SAMSUNG

aanbieding eerste exemplaar aan voorzitter Indisch Platform (1 mei 2016)

Silfraire Han
SAMSUNG

inhoud /Voorwoord /Inleiding

  • Vrouwen uit Nederlands-Indië naar Japan (1946) 
  • Intieme relaties met Japanners, en kinderen (algemeen)
  • Huwelijken op Java 1945 – 1946
  • T. Koide S.J. en de R.K. Kerk in Japan, Flores en Java
  • Japan 1945-1946 en de Nederlandse Militaire Missie (eerste reacties)
  • De opvang in Japan (verhalen van Japanners)
  • Activiteit Nederlandse Militaire Missie (1945-1947 J. B. D. Pennink)
  • Beleid van de Nederlandse Missie (1948 e.v.)
  • Koninklijk Besluit D 16 van 22 mei 1943 (nationaliteit gehuwde vrouw)
  • Java 1945-1946 (Japanners, Bersiap en Indo-Europese vrouwen)
  • Familie Erentreich in (de Bersiap in) Soerabaja (Diel, Moes, dochters, Frits, Sas en Hideko)
  • Japans Indische kinderen in Nederland
  • Chérie 

Verantwoording en literatuur/ Bronnen en literatuurlijst

Verkrijgbaar bij Free Musketeers , J.L. van Rijweg 74
2713 JA Zoetermeer
T: +31 (0)79 320 35 90
E: info@freemusketeers.nl
W: www.freemusketeers.nl

Formaat: 140 x 215
Genre: Geschiedenis Uitvoering: Softcover
ISBN: 9789048439355 Aantal pagina’s: 216
Verkoopprijs: € 17,95 Taal: Nederlands

(JIN leden en andere nakomelingen kunnen bestellen met korting via jinmail@chello.nl).

Han Gieske (Leiden, 1945) werkte als (beleids)jurist bij de gemeente Amsterdam en als hoofd Juridische Zaken bij het stadsdeel Amsterdam-Centrum. Hij trouwde in 1969 met Hideko Erentreich. Na zijn pensionering verdiepte hij zich in Indische geschiedenis en Japanse bezetting.

MOESSON Augustus 2016

Moesson2016

Korte inhoud

Na de capitulatie op 15 augustus 1945 kwam op Java een aantal Japanse mannen en Indo-Europese vrouwen naar voren die hun relatie wilden omzetten in een (kerkelijk) huwelijk en samen naar Japan wilden vertrekken. Het boek beschrijft aan de hand van Nederlandse als Japanse bronnen de reactie van de Britse en Japanse legerleiding, de rol van Britse officieren en die van de Japanse jezuïet pater Koide en van de R.K. Kerk, de overtocht in vier schepen, het leven in Japan en de reactie van de Nederlandse Militaire Missie in Tokio.

Vrouwen konden terugkeren naar Indië maar stonden voor een dilemma. Ze waren niet zeker van de Nederlandse nationaliteit. In de loop van 1947 bleek een Koninklijk Besluit dat al in 1943 door de regering in Londen was uitgevaardigd, beslissend. De vrouwen behielden door dit Besluit in afwijking van de normale regels hun Nederlandse nationaliteit. In het boek wordt het waarom van dit Besluit onderzocht. De bedoeling ervan blijkt geheel anders te zijn dan na de oorlog bekend is geworden.

Uit Japanse bronnen zijn er getuigenissen van vrouwen die in Japan bleven; van een Japanse begeleider van een scheepsreis uit Java; van confraters over pater Koide en diens laatste levensjaren op Kyushu; van een manager van een opvangcentrum nabij Tokio; en van veteranen die herinneringen ophalen aan de tijd tussen de capitulatie en hun repatriëring.

Vanuit het gezichtspunt van de -ongeveer 70.000 buiten de interneringskampen gebleven- Indo-Europese vrouwen gaat het boek in op de periode op Java na augustus 1945, waarin de Britten en Japanners te maken kregen met de Indonesische strijd om onafhankelijkheid. Beschreven worden de situatie, de houding en lotgevallen van de Japanners in die periode, alsmede de Bersiap van moorddadige revolutionaire jongeren in Batavia, Bandoeng en Midden- en Oost Java.

Het verhaal van de gevechten en de Bersiap in Soerabaja is verweven met de geschiedenis van de Indische familie van Hideko. Een moeder met zeven dochters en hun kinderen. Een van de kinderen was in 1945 acht jaar. Citaten uit diens geschreven herinneringen laten zien hoe deze jongen de Bersiap heeft beleefd. Hij en zijn moeder werden uit de frontlinies bevrijd door de Britten, een ander deel van de familie werd weggehaald door de Indonesiërs en opgesloten in een republikeins kamp (onder wie de oma, enkele van haar dochters en hun baby’s onder wie twee half-Japanse kinderen). Hiervoor is uit memoires van de jonge moeders geput.

De moeders met half-Japanse kinderen op Java kwamen uiteindelijk allen naar Nederland. In de Indische wereld werden de intieme relaties met Japanners doodgezwegen. Na verloop van tijd zochten de ‘Japans Indische’ kinderen contact met elkaar. In 1983 werd een contactgroep gevormd en daaruit voortvloeiend in 1991 een vereniging (JIN). Het boek beschrijft in het kort de maatschappelijke reacties en de verdere activiteiten, in het bijzonder de ontwikkeling van de zoekacties naar Japanse vaders alsmede de verwerkingsreizen naar Japan in het kader van een Japans regeringsprogramma.

Het slothoofdstuk is gewijd aan het verhaal van Chérie die als baby met haar moeder in 1946 naar Japan vertrok, als elfjarige met haar (gescheiden) moeder naar Nederland kwam, hier in 1983 Hideko ontmoette en die in 1994 een zoektocht ondernam naar haar (biologische) vader. De tocht die gefilmd werd in een Japanse tv-documentaire, voerde langs de plekken op Java en Japan uit het verleden van haar moeder en haarzelf. De afloop hiervan is tragisch.