BAUKE TALENS voorzitter JIN 1994-2004

Bauke Talens Vz JIN 1995-2005

BAUKE TOSHIO TALENS Een terugblik (JIN blad 2009) Veel van Bauke onttrok zich aan onze waarneming. Dat is logisch. Maar het kwam ook omdat Bauke betrekkelijk zwijgzaam was over zijn andere activiteiten, over zijn chronische astmatische aandoening, over zijn werk voor de Astma Patientenvereniging dat hem op vele plekken in Europa en daarbuiten bracht, en over zijn privé-leven waarin hij veel ups en downs meemaakte. Over dit alles sprak hij eigenlijk alleen als je er nadrukkelijk naar vroeg. Over zijn Japanse afkomst daarentegen heeft hij zich in tal van media (krant, TV en film) vanaf het begin –desgevraagd, dat wel!- openlijk en openhartig uitgesproken, inclusief de hiermee verbonden gevoelsmatige aspecten.

(komst bij JIN -1992) Bauke schreef in januari 1992 naar de vereniging JIN naar aanleiding van een artikel over Japans-Indische nakomelingen in Hervormd Nederland waarin enkele JIN’ers aan het woord kwamen. Omdat er in de publiciteit steeds sprake was van ‘Indisch’ wees hij erop dat zijn moeder Hollands was en niet Indisch. Overigens was zijn moeder, zo begrepen we later, ‘in haar doen en laten (wel) echt Indisch’. Hij zag ook een TV-uitzending over een Japanse vader die zijn dochter in Nederland bezocht (dit betreft de heer K. Sato en zijn dochter Freda). “Ik had nooit eerder de behoefte gevoeld om meer van mijn vader te weten, maar nu zocht ik contact met JIN. Een uur voor de bijeenkomst liep ik al voor de deur te ijsberen. Ruim na aanvangstijd durfde ik pas naar binnen. Men kwam op mij af en omhelsde mij. Ik liet dat toe. Ik was één van hen. Zij vonden dat ik geluk had. Ik had een naam, zelfs een adres. Hoe meer verhalen ik van anderen hoorde, hoe belangrijker het voor mij werd.”

(moeder) Zijn moeder Boukje die uit een goed Christelijk milieu kwam, trouwde in 1938 met een landbouwkundige, die zij als celliste in het orkest waarin ze speelde had ontmoet. Zij vertrok met hem naar Indië. De 22-jarige werd plantersvrouw bij Solo (Surakarta) op Java. Het huwelijk ging waarschijnlijk niet goed. Zij verhuisde naar Kediri.

(vader) Toshio Nagasaka is in 1941 naar Indonesië gereisd. In Japan had hij een functie bij de politie. Hij was ongeveer tien jaar ouder dan Boukje, was getrouwd, en had vier jonge kinderen, een jongen en drie meisjes, Masaru, Reiko, Hisaku en Nobuko. Na de bezetting van Java (maart 1942) begon geleidelijk de internering. In het najaar van 1942 begon de oprichting van een vrouwenwijk in Malang. In die tijd of eerder al in het begin van 1942 hebben Boukje en Toshio elkaar ontmoet en een verhouding gekregen. De communicatie verliep in het Japans en het Maleis. Toshio diende bij het hoofd van het Japanse bewind in Malang, L-K Tokuchi Kamiuchi, die in het burgerleven hoogleraar was. In het boek van prof. Brugman, Nederlands-Indië onder Japanse bezetting, staat de zin: ‘dat de vrouwenwijk in Malang behoorde tot de best ingerichte kampen van Java, wat mede te danken was aan de Europese oriëntatie van het hoofd van de Japanse bezetting.” Hierbij had Boukje in de kantlijn aangetekend ‘jouw vader’, zoals Bauke na haar dood (in 1989) in haar nagelaten papieren ontdekte.

In juli 1994 zei Toshio Nagasaka tegen een journalist van de Mainichi Shimbun: “Wat ik gedaan heb was niet goed maar wel menselijk. De relatie met de moeder van Bauke was gebaseerd op liefde tussen man en vrouw.” De toon van zijn vader die in het ziekenhuis van Tohoku lag met een nierziekte was heel vastberaden.” Hij heeft over zijn zoon Bauke niets aan zijn familie verteld. Hij zei: “Ik hoef dit soort dingen niet te vertellen voor dat ik sterf.”

(jeugd) Bauke is al vroeg door zijn moeder geïnformeerd over zijn Japanse vader. Zij heeft er geen geheim van gemaakt. Voor schaamte was geen reden, zij had niet iets verkeerds gedaan, was haar overtuiging. Ze zei dat ze verliefd werden en jarenlang in liefde samen waren. Bauke zei in de documentaire van AVA –productions (1995): “Ik denk ook niet dat mijn moeder om over onze situatie te spreken schuldgevoelens zou moeten hebben. Ze heeft veel goed gedaan in die periode, dus wat dat betreft sta ik recht overeind en durf ik iedereen recht in de ogen te kijken.”

Na de oorlog heeft Boukje geprobeerd via het Rode Kruis contact te krijgen. Bauke wist daar niets van. In 1986 kreeg ze een brief uit Japan dat Mr Toshio Nagasaka “weak is from the illness and getting a little silly in his old age”. Ondertekend: Yours sincerely, Japanese Red Cross Society. Wel stond zijn volledige adres in de brief vermeld. Ook deze brief zag Bauke pas na haar dood. Boukje heeft brieven naar Toshio geschreven die hij niet heeft beantwoord. Veel later zou blijken dat hij deze brieven had bewaard. Boukje ondernam verder geen actie. Zij stierf drie jaar later aan darmkanker.

(’44-’45) Uit de vrouwenwijk van Malang moest Boukje op 15 februari 1944 vertrekken naar het kamp Banjoe Biroe. Zij was toen al zwanger. Intussen was Toshio al overgeplaatst naar een andere provincie. Bauke is op 31 mei 1944 geboren, althans omstreeks die datum, want omdat er geen geboorteakte ooit is opgemaakt, is later naar die datum gegist. Hem is altijd verteld dat “hij in het kamp geboren is”. Meer wist hij niet. Na een Telegraaf-interview in 1998 belde een dame die zich hem herinnerde van Banja Biroe, kamp 10. “Iedereen moet de kleine Toshio gekend hebben in dat kamp.” Ze wist nog in welke barak ik geboren ben, vertelde Bauke. Zijn moeder gebruikte de naam Toshio voor hem op tedere momenten. Hij vond het prettig zichzelf Bauke Toshio te noemen. Die naam staat ook op de rouwkaart.

(1945-46) Op 20 augustus 1945 vluchtten moeder en baby voor de vrijheidsstrijders, op Brits-Indische vrachtauto’s, naar Semarang, waar zij in Lampersari aankwamen kort na de bloedige aanval van de pemuda’s op dat kamp. Her en der traden ook Japanse militairen tegen hen op. Via Batavia zijn zij in het voorjaar van 1946 met de ‘Boschfontein’ naar Nederland vertrokken. De krantenartikelen bevatten over JIN’ers vaak onjuistheden. Zo ook bij Bauke. Blijkbaar luisterden de journalisten niet goed, of vervormden zij de feiten onwillekeurig in een sociaal populair stramien. Zo bijvoorbeeld De Gelderlander (1993): “..maar het onwaarschijnlijke gebeurde. Er ontwikkelde zich een speciale band tussen de gevangen mevrouw en de man die haar uit naam van het Japanse Keizerrijk gevangen hield.. (..)” (!?) Dat JIN’ers geboren zijn uit verhoudingen met of zelfs verkrachtingen door bewakers in de interneringskampen, is een hardnekkig (en treurig) misverstand. In dit geval plaatste de krant op Bauke’s verzoek een rectificatie, vaak was er niets meer tegen te doen.

(ontwikkeling) Bauke heeft vanaf zijn zesde veel in astmacentra gewoond. Het beviel hem daar wel. Tijdens vakanties ging hij naar huis. Hij is dus niet opgegroeid met een normaal gezinsleven zoals de meesten dat kennen. In een diepte-interview in “Kinderen van..Interviews met de Naoorlogse Generatie” (1999, van Corinne A.Falch) zegt hij dat hij daardoor misschien, ‘een solist is geworden, en niet goed in het hechten’. Hij was wel in zijn studiekeuze, andragogie, en in zijn latere beroepsleven steeds bezig voor anderen op te komen (bijvoorbeeld in een ondernemingsraad). Dat ging zover dat “hij zich heeft afgevraagd of hij het anderen helpen op moest geven. Maar als mensen een beroep op mij doen, ben ik er. Misschien is het voor mij een substituut voor hechten.’’ In zijn voorzitterschap van de vereniging JIN waren deze karaktertrekken herkenbaar. Aan de ene kant kon hij een enigszins passieve, afstandelijke of bescheiden indruk maken, aan de andere kant reageerde hij op een verzoek om advies of hulp (bijvoorbeeld van secretaris Hideko) energiek en geholpen door zijn intelligentie doorgaans supersnel en adequaat.

(vader gevonden) De heer K. Sato, de vader van Freda, hielp in de jaren 1992 e.v. JIN-leden bij het zoeken naar vaders. Omdat Bauke over goede gegevens beschikte (o.a. een adres) lukte dat in zijn geval tamelijk vlot. Minstens zo belangrijk is daarna het proces van contact leggen. Daarin kan nog veel mis gaan. De heer Sato ging ettelijke malen als ‘oud-Indië-veteraan’ op visite bij Nagasaka alvorens het delicate onderwerp aan te snijden. Toshio maakte geen probleem, maar hij wist niet zeker of hij Bauke zou willen ontmoeten. “Ik zou zelf niet naar hem toe gaan (zoals Sato bij zijn dochter had gedaan, noot redactie), maar als hij naar mij komt, wil ik hem graag ontmoeten.”

(brief) Bauke schreef een brief, waarop hij op 5 mei 1993 van zijn vader antwoord kreeg. De aanhef luidde “My dear son Bauke”. In augustus ging Bauke met zijn oudste dochter naar Japan. Op het vliegveld van Sendai kwam een kleine oude man met grijs, kort geknipt haar op hem toe. Hij omarmde Bauke, tranen in zijn ogen. Bauke, ontroerd: “Nooit had ik een vader gehad. Ik voelde me ineens een zoon. Vanaf het eerste moment had ik een band met hem, zonder die te kunnen benoemen. Vijftig jaar valt zomaar weg. Nog steeds vraag ik me af: Hoe kan dat?” Ze brachten drie dagen met elkaar door. Zijn familie heeft hij niets verteld.

De Mainichi Shinbun vraagt zich af: “Wat betekent het voor een mens om eindelijk zijn vader te hebben gevonden? Bauke zei: “De muur die ik om mezelf had gebouwd, is nu verdwenen.” Dat betekent dat hij door het afbreken van deze muur verenigd werd met de samenleving. Betekent dat, dat men door het vinden van zijn afstamming zich beter thuis voelt in de samenleving?”

(gedicht) Toshio bracht zijn gevoelens onder woorden in een waka, een oude Japanse dichtvorm, een vers dat hij op een avond na een ontmoeting speciaal voor Bauke dichtte. Het is vertaald door K. Sato: “Remembering many everyday happenings in the past when I was with your mother, I now pray God, rest her soul in peace.//My memories are moving just like a revolving lantern.“ (5-8-93 Osaka).

(ontwikkeling JIN) De vereniging JIN kreeg na de oprichting in 1991 en de publiciteit in 1992 er veel leden bij. In 1993 werd de eerste voorzitter Ron Hilgers (1991-1992) afgelost door R.Volckmann (Januari 1993-Oktober 1994). Bij veel nieuwe leden werd het gevoel van urgentie en de drang om vaders op te sporen intenser. Tegelijk groeide het ongeduld over de activiteit van de paar al aanwezige (Japanse) contactpersonen. Enkele leden namen enthousiast het initiatief voor een ‘posteractie’, met het idee om een gerichte oproep op te stellen en die te laten verspreiden in Japan, om vaders te vinden. Een werkgroep ging aan de slag. Medio 1994 waren echter spanningen ontstaan tussen werkgroep en bestuur. Veel draaide om de communicatie met belangrijke relaties in Japan (onder wie pater Salemink), met wie zowel bestuursleden als werkgroepleden contacten hadden. Het was niet eenvoudig de onderlinge communicatie hierover goed op elkaar af te stemmen. Werkgroep- en bestuursleden gingen een eigen weg en maakten elkaar (persoonlijke) verwijten. Op 28 augustus kwam een Japanse TV-ploeg, met Salemink als tolk, op bezoek om leden te interviewen.

(Bauke als bemiddelaar) Bij die gelegenheid werd Bauke door leden gevraagd of hij als ‘vredesengel’ wilde fungeren, en eventueel als bestuurslid mocht dit nodig blijken. Een dag later informeerde hij het bestuur, met zijn analyse, en deed hij het voorstel dat het bestuur (vz.  Richard Volckmann en secr. Claudine) met de postergroep-initiatiefnemers een open gesprek zou beleggen, het resultaat aan de leden zou kenbaar maken, en e.e.a. op de ALV zou agenderen. Het bestuur wees dit voorstel af, en deed dit niet. Wel mocht Bauke met ieder gesprekken voeren. Hij rapporteerde dat de hoofdoorzaak gelegen was in een communicatie-storing. Kritiek over en weer was (te) persoonlijk geuit of al te zeer zo opgevat. Gelet op de gemeenschappelijke doelstellingen stelde hij voor de (inmiddels uitgetreden) initiatiefnemers van de postergroep op de eerstvolgende ALV uit te nodigen. De voorzitter Richard antwoordde evenwel dat “het goed is eens te durven stellen dat van een communicatie-stoornis geen sprake is maar van een gebrek aan vertrouwen in het bestuur. (..) en dat het tijd wordt dat sommige mensen consequenties trekken uit hun handelen”. Deze postergroepers werden dus niet voor de ALV uitgenodigd, en ook een gesprek met hen vóór de vergadering werd door voorzitter Richard afgewezen.

(bestuur weggestemd) De ontstane patstelling voerde op de ALV van 25 september 1994 uiteindelijk tot de vorming van een commissie (Bauke en Marja Hoeke) die weer een lijmpoging zou doen en verslag zou uitbrengen voor de bijzondere ALV van 30 oktober 1994. Dit leverde geen resultaat op en tijdens de Algemene Ledenvergadering deelde voorzitter Volckmann na discussies tenslotte mede dat wat het bestuur betreft over het totale beleid van het bestuur moest worden gestemd: geniet het bestuur het vertrouwen van de leden? Tweederde van de aanwezigen antwoordde daarop ontkennend, waarna het bestuur aftrad.

(Bauke voorzitter) Bauke Talens werd in een volgende vergadering als nieuwe voorzitter gekozen, en Hideko Gieske-Erentreich als secretaris. Zij was geheel buiten de onenigheid gebleven. George de Winter (die deel uitmaakte van het weggestemde bestuur) werd als penningmeester herkozen. De initiatiefnemers van de posteractie keerden niet in de vereniging terug en de afgetreden voorzitter (Richard) en secretaris (Claudine) bedankten als lid. Dat was jammer want nu konden zij geleidelijk aan niet terugkomen op actieve posten. Na enkele maanden kwam het bericht dat zij een eigen club zouden oprichten, de stichting Sakura. Dit was een pijnlijke slag. Het JIN-bestuur voorvoelde dat hierdoor verdeeldheid zou worden bestendigd, en vreesde de schadelijke gevolgen hiervan.

(JIN 1995 e.v.) Bauke hield het hoofd koel, hij liet geen negatieve emoties toe jegens welke Japans-Indische nakomeling dan ook, en concentreerde zich op wat beleidsmatig voor de vereniging JIN goed zou zijn. Het bestuur heeft onder zijn voorzitterschap aan deze gedragslijn vastgehouden.

(resultaten) In 1995 en de jaren erna kwamen veel activiteiten op gang die goede vruchten zouden afwerpen: bezoeken aan Japan, samenwerking met de stichting EKNJ, de ontmoeting in 1995 met Uchiyama en de daaropvolgende organisatie van zoekacties voor de leden, regelmatige contacten met de Japanse Ambassade, het opzetten van de grote Japanreis in 1997 (16 personen), het verkrijgen van subsidie van de Japanse regering voor de JIN-reizen met de EKNJ, de ontmoeting met dhr. en mw. Yoshioka en de samenwerking met de stichting JNCC, de contacten met de stichting Pelita en het Centrum ’45 voor de verbetering van de nodige hulp aan leden, enzovoort, enzovoort.

(contact familie) Bauke bleef intussen van tijd tot tijd boodschappen, kaarten en foto’s sturen naar zijn vader. Het merkwaardige is dat deze hierop geen enkele respons gaf. Bauke doorliep alle emoties van verbazing tot woede, maar berustte, tot hij in 1997 toch weer nasporingen liet doen door de Franciscaan Lukas Horstink. Deze wist zijn halfbroer en –zussen te achterhalen. Het bleek dat zijn vader ziek was, op 19 mei 1997 is hij overleden. Bauke ging opnieuw naar Japan, en werd door zijn oudere broer en zussen zeer gastvrij en hartelijk ontvangen. De broer was achter het bestaan van Bauke gekomen toen na het overlijden van de vader een doos was gevonden met foto’s en brieven van Bauke en zijn moeder Boukje. Bauke: “Als eerste moest ik mee naar het huisaltaar. Daar stond ook die doos met brieven en foto’s. Ik had een Hollandse zijden tulp meegenomen. Die moet altijd in het altaar blijven staan. Ik ging helemaal van de kaart.” Op een gegeven moment klonk tijdens het bezoek bij het theedrinken in het gezelschap een uitroep: “oto-san, oto-san!” (vader!). Zijn zusje wees verschrikt naar Bauke, hij hield zijn kopje op precies dezelfde manier vast als hun vader. Ze vertelden het jammer te vinden dat ze niet eerder van zijn bestaan hadden gehoord. Maar zij billijkten dat Toshio, naar zij meenden, hun moeder heeft willen ontzien.

Bauke heeft op het graf van zijn vader water gesprenkeld en hem eer bewezen. Door dit bezoek brak voor de tweede maal de muur af die Bauke weer om zich had opgetrokken. Hij ontmoette Necita, een Philippijnse schone, en stapte met haar in Hong Kong in het huwelijksbootje. Meer dan tien jaar geleden. Met zijn halfbroer en –zussen verliep het contact na hun eerste hartelijke ontmoeting tot zijn verdriet toch weer erg moeizaam. Ook zij wilden hun moeder ontzien. “Op momenten dat ik weer eens boos ben omdat mijn familie geen contact wil, ben ik blij dat ik naar een JIN-bijeenkomst kan gaan. Ik kan er terecht met mijn gevoelens die ik altijd geparkeerd heb en waar nu af en toe een luikje in opengaat”, aldus Bauke in zijn interview met Corinne A. Falch (1999).

(kinderen van Bauke) De kinderen van Bauke zijn ook in Japan op bezoek geweest bij de familie. Zo is bijvoorbeeld Joris in 2003 gastvrij ontvangen door Daisuke en zijn gezin. Daisuke is een kleinzoon, de zoon van de oudste zoon van Toshio. In de laatste gesprekken die we met Bauke hebben gevoerd sprak hij zijn voldoening uit dat zijn inspanningen aan zijn kinderen toch de mogelijkheid hebben verschaft kennis te nemen van hun Japanse familie.

(ziek en afscheid 2005) Bauke’s gezondheid begon hem parten te spelen. Hij moest worden geopereerd, kwam terug, maar in 2005 legde hij het voorzitterschap neer; in 2004 is hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Zijn dankbaarheid ging vooral uit naar de leden. Hij was zich er zeer van bewust dat hij niet-Indisch was. Zie zijn afscheidswoorden elders in het blad.

(opnieuw contact) In 2006 ging een bevriende Japanse namens Bauke diens boven al vermelde neef Daisuke opzoeken. Zij nam cadeaus en een brief van Bauke mee. Zij bracht op 26 november 2006 per mail verslag uit van dit gesprek. “Daisuke was een zeer eerlijk en oprecht iemand. (..) Ik zei “Bauke heeft er moeite mee dat de Japanse familie hem niks liet horen. Wanneer hij en zijn kinderen naar Japan kwamen hadden ze hen goed ontvangen. Maar daarna geen contact…” Toen Daisuke dit hoorde moest hij een beetje huilen. Daarna heeft hij me zijn eigen verhaal verteld. In de laatste 8 jaar zijn er 4 van zijn familie overleden. Dat zijn in volgorde: zijn moeder, zijn grootvader (de vader van Bauke), zijn vader (dat is de oudste halfbroer van Bauke), en zijn grootmoeder. Die laatste is in december 2004 overleden. Je halfzussen zijn gelukkig nog gezond. Zijn grootmoeder (de vrouw van de vader van Bauke) is aan haar hoge leeftijd overleden, de drie andere aan ziekten. Daisuke die het hoofd van de familie is geworden, moest alles regelen voor de uitvaartdiensten erom heen. Dat was elke keer een enorme klus geweest (..). De reden waarom hij jou niet geschreven heeft was niet omdat hij gemeen wilde doen tegen jou, maar hij had er gewoon geen ruimte voor zowel geestelijk als lichamelijk. Nu zegt hij dat hij wil gaan schrijven. Hij is erg bezorgd over je gezondheid. Hij zei lachend tegen mij: Ik lijk op Bauke, toch? P.S. Je overleden broer was een leerkacht van de basisschool.”

(slotwoord) Hoe lastig kan het zoeken van contact aan beide kanten zijn, en hoe belangrijk is het, het te blijven proberen! Bauke concludeerde ten slotte dat openheid in de familie soms pijnlijk, maar toch een kostbaar goed is, dat helaas schaars kan zijn. Te beginnen bij zijn moeder al, die hem eerder had kunnen informeren en méér had kunnen vertellen. Bauke wist zelf maar al te goed dat vertellen –ook voor hemzelf- niet zo gemakkelijk was.

Han Gieske (dit artikel is in 2007 geschreven op basis van interviews en archiefstukken van JIN, en met Bauke gevoerde gesprekken, en met zijn instemming). 

Comments are closed.