Indonesië

Stef Scagliola was spreker op het Symposium in Utrecht (september 2014) over het onderwerp “The making of Oorlogsliefdekind; een historisch taboe doorbreken via een online community”. Het thema van kinderen van militairen in Indonesië in de periode 1946-1951 is na de oorlog in Nederland volledig verzwegen. Daar is en kon niet over worden gepraat. Samen met Annegriet Wietsma is zij verhalen gaan opnemen (Archief DANS), en is zij een site begonnen waar mensen vragen, verhalen, en ervaringen kwijt konden over dit onderwerp,  www.Oorlogsliefdekind.nl De tussenvoeging van ‘liefde’ verlaagde de drempel. Heel veel kwam er los. Ze hebben veel onderzoek gedaan, en dat is in  het boek dat ze samen schreven ‘Liefde in tijden van oorlog’ verwerkt, samen met de belangrijkste verhalen. [Omdat dit boek zo belangrijk en interessant is voor oorlogskinderen, en het heel veel informatie bevat over (seksuele problemen van) militairen in oorlog, is een korte samenvatting ervan opgenomen op de website van JIN. Zie hiernaast.] 

Scagliola herinnert eraan dat oorlogsjaren een periode van verwarring vormen, en dat veel families ontwricht raken. Het is van alle tijden dat in die oorlogsomstandigheden tussen mensen allerlei nieuwe relaties worden gevormd, om te overleven of om op een of andere manier verder te kunnen.

De Nederlandse jongens waren 18-22 jaar, een leeftijd dat de hormonen op hun piek zijn. Zij zoeken troost, afleiding, seks. Aalmoezeniers en predikanten vormden de smeerolie van het legerbedrijf. Ze deden hun best de jongens te begeleiden. Kenmerkend voor Nederland is dat dit werk door religieuze normen en moraal werd gestuurd. Condooms werden preventief niet verstrekt (in de KNIL wel).

Om hoeveel kinderen gaat het? We weten het niet. “Degene die de macht heeft, houdt de boeken bij, bepaalt wat en hoe wordt geadministreerd”. De mondelinge geschiedenis is het terrein van de ‘machtelozen’. Zij komen op een aantal kinderen van ongeveer 6500.

Ze laat zien dat trouwen werd ontmoedigd en tegengegaan. Nodig was toestemming van de commandant; een advies van de geestelijke verzorger (in de praktijk altijd negatief); een NEFIS (inlichtingendienst) rapportage; en een medische verklaring. In uitzonderingsgevallen slaagde individuen erin een relatie door te zetten. Hendrik Gabel regelde voor zijn vrouw een ticket op een particuliere boot uit Indonesië. Hij kon die dure overtocht betalen met het geld dat hij als bokser daar had verdiend.

De oorlogsliefdekinderen hebben het over het algemeen na de oorlog moeilijk gehad. De staat heeft een verantwoordelijkheid voor de oorlogskinderen, is haar mening.

Zij besluit met een gedicht dat een militair die voor zijn geliefde wilde deserteren maar opgepakt werd, in zijn celmuur heeft gekrast.

Liefde in tijden van oorlog, van Stef Scagliola en Annegriet Wiersma. De site is te vinden onder www.oorlogsliefdekind. nl.  

“In de periode 1946 – 1948 onderhielden Nederlandse soldaten veelvuldig contacten met Indonesische meisjes. Vaak werden uit deze oorlogsliefdes kinderen geboren.” Aldus de site.

Van het boek Liefde in tijden van oorlog is door JIN een korte samenvatting gemaakt.

Zie Liefde in tijden van oorlog (korte samenvatting)SITE

Het boek geeft veel verhelderende en openhartige informatie over seksualiteit, seksuele problemen, seksuele -en liefdesverhoudingen, en kinderen en hoe men er als soldaat, dominee, en legerleiding mee omging, in Indonesië en Nederland.

Kommentaar

Opvallend vanuit het perspectief van Japans Indische kinderen is natuurlijk dat alle seksualiteit en alle verhoudingen vallen onder het etiket ‘liefde in tijden van oorlog’. Dit valt nog meer op bij lezing van de (in dit boek overbodige) drie bladzijden die aan de Japanse tijd worden gewijd. Dé Japanners worden hierin karikaturaal neergezet als inferieur aan de begerenswaardige Nederlandse militair. Het beeld dat uit het boek oprijst toont donkere schaduwzijden (zoals armoedeprostitutie, geslachtsziekten, uitbuiten van (kazerne)baboes, zonder meer achterlaten van vrouwen en kinderen, rigide beleid van de leiding, geen enkel oog voor de belangen van vrouw en kind, doofpot in Nederland, enzovoort).