JAPANREIZEN JIN blad 2007

De JAPANREIZEN, hoe het begon, nu en straks

(geplaatst in het JIN blad september 2007)

Weten we nog hoe het is begonnen? Het is interessant om het nog eens in de herinnering te roepen. Chérie Landegent ging als eerste, in 1994, op eigen gelegenheid, mee met een gezelschap van Ex-krijgsgevangenen naar Japan (EKNJ), op zoek naar haar vader, en de Japanse TV maakte toen een documentaire over haar. Voor een halfJapans kind was er in die tijd moed voor nodig om met ex-krijgsgevangenen te reizen. Hoe zou dat gaan? Maar lef had Chérie, dat toonde ze al in 1983 (Japanese Roots). De EKNJ organiseerde verwerkingsreizen naar Japan op initiatief van Dolf Winkler. Bij het monument in Mizumaki hielden ze elk jaar een herdenkingsplechtigheid, en met de gemeenschap van Mizumaki ontwikkelde zich een hechte band. Nu nog onderhouden Almere en Mizumaki een daaruit voortgekomen uitwisselingsprogramma voor scholieren, en ook de JIN bezoekt op de Japanreizen de stad. De in Japan werkzame Franciscaan Gerard Salemink was tolk voor de Nederlanders, en was ook voor Chérie uiterst behulpzaam. (Chérie is jammer genoeg inmiddels overleden.)

Helaas bleef haar zoeken vruchteloos, maar uit het contact met de stichting Ex-krijgsgevangenen en nabestaanden Japan (EKNJ) kwam iets uit voort dat voor vele JIN-leden van grote betekenis zou worden. Het beleid in Japan koos in 1995 uitdrukkelijk het verzoeningsthema: vrede in de naoorlogse wereld. Gevolg daarvan in Nederland was onder meer Japanse financiële steun voor reizen van de stichting Japanse Ereschulden, JES (!). Opmerkelijk genoeg was de EKNJ toen nog niet serieus in beeld van de Japanners. Die hadden aanvankelijk alleen maar aandacht voor opponenten zoals de JES. (Terwijl in Indische kringen de EKNJ toen wel werd afgedaan als “Jappenvriendjes”). De JIN’ers hadden in dit plaatje toendertijd helemaal geen status: ‘kinderen van Japanners’, dat was riskant en onbekend terrein. Er was geen concreet uitzicht op verandering in deze houding, ook al kwam de JIN wel in gesprek met de ambassade. Maar dat het maken van een reis naar Japan voor hen zinvol zou zijn, noodzakelijk zelfs, daarvan was het JIN-bestuur door de daar opgedane ervaringen onder andere van Chérie overtuigd geraakt. Dan maar op eigen kosten!

Samen met Dolf en Carry Winkler van de EKNJ, zette Hideko die Japan al vaker had bezocht (sinds 1978) en daar ook een keer een tijdje had gewoond, in het voorjaar van 1997 een reisprogramma op. Zij regelde de hotels en ryokans buiten Mizumaki in Tokyo en Kyoto, maakte een kostenplan, en legde dit aan de leden voor. Maar liefst zestien JIN’ers, inclusief enkele moeders, partners en kinderen, tekenden in. In de loop van 1997 boekte de lobby voor de subsidiëring van de EKNJ-reizen succes. Maar de JIN dan? Hideko vertelde aan de sympathieke mevrouw Akashi van de ambassade dat een groep van zestien mensen van de JIN op eigen kosten met de EKNJ mee zou reizen, waarop zij erg verbaasd reageerde, zestien?, driftig aantekeningen makend. Een paar weken voor het vertrek kwam het bericht binnen waarop niemand rekende: de Japanse regering zou de vliegtickets voor het héle reisgezelschap vergoeden, inclusief de JIN-leden! Het vliegen onder de vlag van de EKNJ was kennelijk de oplossing. De euforie van de JIN’ers was enorm.

In Japan maakten de reizigers kennis met Ralph Schriock, werkzaam bij de gemeente Mizumaki, die zo goed was om daar alle treintickets in Japan voor de JIN-groep te regelen, die verder reisde naar Tokyo en Kyoto. Het treinverkeer in Japan is voor een buitenlander geen eenvoudige opgave. Ralph, een Amerikaan, is wel zo iemand die dan ‘voor zijn werk’ Nederlands gaat leren. Vele JIN-leden zullen hem inmiddels wel kennen. Hij is er nog steeds, even enthousiast als in het begin. Deze maand precies tien jaar geleden!

Deze reis die een groot succes werd, vormde een doorbraak. Het jaar daarop, in 1998, kreeg de verwerkingsreis een vaste struktuur met een vast programma onder supervisie van de EKNJ en de ambassade, waarbij alle kosten van de deelnemers voor rekening van de Japanse regering kwamen. Na 1998 hebben bijna alle 1e generatie JIN-leden deze reis kosteloos kunnen maken. Een wonderbaarlijk iets, als je er even bij stil staat. Hier komt het bijzondere feit bij dat sinds 1995 de heer Uchiyama belangeloos vaders zoekt, met hen of hun familie contact legt, en zo nodig bemiddelt. Regelmatig bood de Japanreis zo ook een prima mogelijkheid voor een combinatie met een bezoek aan de getraceerde familie.

De reizen, het zoeken en de contacten hebben veel betekend in het leven van de JIN’ers (en hun partners!). Dit klinkt als een open deur, zo afgezaagd, zo gewoon. Maar dat is het niet. Je voelt het ineens weer als je in dit nummer het verhaal leest van Katsumi en haar foto’s goed bekijkt. Zeven jaar geleden ging zij als Floor Marcelis voor het eerst op Japanreis. Niet lang geleden ging zij terug met Piet en zocht haar broer en zus en familie op in Osaka en Kyoto. Je ziet hen bij het graf van haar vader, en ziet hen met zijn allen lol hebben, en…er is nu een foto van Katsumi en Piet met de heer Uchiyama, die haar vader vond en die het contact legde met de familie. Ze houden elkaars hand vast. Die oude Kaoru ziet er happy uit!

In 2002 is de stichting Sakura in de EKNJ-reizen gaan deelnemen. Zoals niet ieder (nog) weet, is de stichting in 1995 opgericht door de ex-bestuursleden Richard en Claudine, nadat deze in de ledenvergadering van JIN een stemming over de door hen gestelde vertrouwensvraag niet hadden overleefd. Zij zijn nu voorzitter en bestuurslid van Sakura. Deze stichting ging en gaat haar eigen weg, maar in 2002 kwam toch de overstap naar het EKNJ-reisprogramma. In 2005 kregen JIN en Sakura rechtstreeks het reisprogramma aangeboden, in het kader van het Netherlands-Japan Peace Exchange Program.

Het JIN-bestuur is in 2004 begonnen met het voordragen van JIN-leden van de tweede generatie. Hier speelt mee dat veel eerste-generatieleden al een keer aan de beurt waren geweest, maar het belangrijkste is dat deze kinderen zodoende meer begrip krijgen voor hun ouders, en ook het land van hun grootvader willen zien, leren kennen, en vooral, Japanse familie ontmoeten indien mogelijk. Lees de elders in dit blad opgenomen reisverslagen, en kijk op de site www.Jin-info.nl. waar alle reisverslagen te vinden zijn. Met ingang van 2007 is er in principe helaas geen plaats meer voor de tweede generatie.

Het JIN-bestuur heeft op 25 juli jl. gesproken met de ambassade zoals de ALV had gevraagd. De heer Nobuaki Yamamoto deelde mee dat zij de informatie van de betrokken organisaties als uitgangspunt nemen. Volgens de opgave van Sakura betrof het circa 30 donateurs en volgens de opgave van het JIN-bestuur gaat het om zes JIN- leden die nog niet naar Japan zijn geweest. Dit gaf de verdeling van plaatsen in 2007 van 5 om 2. Voor 2008 zijn, aldus de heer Yamamoto, vermoedelijk minder plaatsen beschikbaar dan voor 2007, te weten 5. De verdeling wordt dan opnieuw besproken. Het beleidsprogramma loopt in 2009 af.

De JIN-leden Ton en Irene hebben net een tiendaagse Japanreis gehad (5-15 september). Irene is zich bewust pas actief met haar afkomst gaan bezighouden na het overlijden van haar moeder. Zij heeft gegevens, brieven en foto’s van haar vader aan de heer Uchiyama laten sturen. Bij vertrek in de VIP-zaal op Schiphol ontstond grote hilariteit toen Ton ontdekte dat op een foto die Irene liet zien van een schoolklas in Surabaja, hij daar ook zelf op stond! (HG)

Comments are closed.