Tweede generatie (algemeen)

Met de woorden ‘tweede generatie’ duiden wij, als eerste generatie, in Nederland onze kinderen aan. In Japan noemen ze ons in plaats van eerste generatie, Nisei = tweede generatie. De kinderen van Nisei zijn Sansei, derde generatie. Het is goed om dit te weten, het kan spraakverwarring voorkomen.

De vereniging JIN heeft altijd de kinderen en later de kleinkinderen willen betrekken bij de activiteiten en de verhalen van de leden. De zwijgzaamheid vaak van moeders, familie, en maatschappelijke omgeving hoefde niet in ons eigen leven te worden voortgezet. Op de jaarlijkse Familiedagen en Relatiedagen waren gelukkig altijd veel ‘kleintjes’ en later tieners aanwezig. In het bijzonder is JIN in 1995 begonnen met het idee uit te werken dat ‘we’ naar Japan zelf zouden moeten gaan. Praten met en bij elkaar, over gevoelens, ervaringen, identiteit en zo meer, hoe comfortabel en waardevol op zich ook, was niet voldoende om verder te komen. In 1997 lukte het een grote JIN groep van zestien personen te vormen, die op eigen kosten met de EKNJ van Dolf en Carry Winkler op reis wilde. Bijzonder was dat er drie moeders van nisei meegingen en zelfs al één sansei (tweede generatie). De reiservaringen waren over de hele linie erg goed. In latere jaren hebben veel nakomelingen hun kinderen een keer zelf op reis naar Japan meegenomen (bijvoorbeeld Ton; Bert; Olga; Bauke, Freda, enz.). 

Elders is beschreven hoe de Japanse ambassade de reizen vervolgens opnam in hun Exchange-programma. In de jaren 1997-2001 zijn aldus 25 JIN leden naar Japan gegaan. In 2001 ging voor het eerst weer een sansei mee, Michael. Hij ontmoette er de vrouw met wie hij nu getrouwd is! Michael schreef een pleidooi voor de ambassade (zie hier). JIN slaagde er in in 2005 en 2006 vijf ‘kinderen’ mee te laten gaan (Cartouche, Constantijn, Arnout; Dylan, Chris, Harry). In 2006 ging voor het eerst ook een Sakura-sansei mee (Richard jr. –Sakura was in 2002 begonnen aan te haken). Vanaf 2007 gaf de ambassade  weer alleen de reis aan eerste generatie nakomelingen. 

Kinderen van de tweede generatie zijn zeer verschillend in de wijze waarop zij omgaan met het gegeven voor een kwart van Japanse afkomst te zijn. Ze horen het in zeer verschillende levensfases. Velen laten dit gewoon links liggen. Er zijn er ook betrekkelijk veel die op zoek gaan, meer willen weten, enzovoort. Er zijn voorbeelden van kleinkinderen die zeer actief op zoek zijn gegaan naar hun grootvader (Michael bv); van kinderen die het thema in hun studie inpassen (wat in één geval zelfs voerde tot een rede op 15 augustus; zie hier); van kinderen die op eigen gelegenheid naar Japan gaan (bijvoorbeeld Dylan); of die een ‘Japanse’ hobby ontwikkelen (kendo -Cartouche; manga; etc.). Wat velen gemeen hebben is dat ze meer willen weten, hetzij van de familiegeschiedenis, van de omstandigheden toen, hetzij van Japanse gewoonten, mensen en cultuur, enzovoort. Een belangrijk motief voor deze site is te helpen voorzien in hun behoefte aan (meer) informatie. De vereniging JIN heeft Dylan in het bestuur opgenomen om meer aandacht te kunnen geven aan de behoeften en belangen van de tweede generatie.  

Betrekkelijk recent heeft zich een soort contactgroep gevormd die motivatiebrieven heeft geschreven die zijn gebundeld en door hen met de toenmalige voorzitters van JIN en Sakura (Silfraire en Rob) aan de Japanse ambassade zijn aangeboden. Daarin wordt gepleit voor mogelijkheden in een of andere vorm deel te nemen aan een programma van Japan reizen. Zie voor het verslag hier[:ja]Met de woorden ‘tweede generatie’ duiden wij, als eerste generatie, in Nederland onze kinderen aan. In Japan noemen ze ons in plaats van eerste generatie, Nisei = tweede generatie. De kinderen van Nisei zijn Sansei, derde generatie. Het is goed om dit te weten, het kan spraakverwarring voorkomen.

De vereniging JIN heeft altijd de kinderen en later de kleinkinderen willen betrekken bij de activiteiten en de verhalen van de leden. De zwijgzaamheid vaak van moeders, familie, en maatschappelijke omgeving hoefde niet in ons eigen leven te worden voortgezet. Op de jaarlijkse Familiedagen en Relatiedagen waren gelukkig altijd veel ‘kleintjes’ en later tieners aanwezig. In het bijzonder is JIN in 1995 begonnen met het idee uit te werken dat ‘we’ naar Japan zelf zouden moeten gaan. Praten met en bij elkaar, over gevoelens, ervaringen, identiteit en zo meer, hoe comfortabel en waardevol op zich ook, was niet voldoende om verder te komen. In 1997 lukte het een grote JIN groep van zestien personen te vormen, die op eigen kosten met de EKNJ van Dolf en Carry Winkler op reis wilde. Bijzonder was dat er drie moeders van nisei meegingen en zelfs al één sansei (tweede generatie). De reiservaringen waren over de hele linie erg goed. In latere jaren hebben veel nakomelingen hun kinderen een keer zelf op reis naar Japan meegenomen (bijvoorbeeld Ton; Bert; Olga; Bauke, Freda, enz.). 

Elders is beschreven hoe de Japanse ambassade de reizen vervolgens opnam in hun Exchange-programma. In de jaren 1997-2001 zijn aldus 25 JIN leden naar Japan gegaan. In 2001 ging voor het eerst weer een sansei mee, Michael. Hij ontmoette er de vrouw met wie hij nu getrouwd is! Michael schreef een pleidooi voor de ambassade (zie hier). JIN slaagde er in in 2005 en 2006 vijf ‘kinderen’ mee te laten gaan (Cartouche, Constantijn, Arnout; Dylan, Chris, Harry). In 2006 ging voor het eerst ook een Sakura-sansei mee (Richard jr. –Sakura was in 2002 begonnen aan te haken). Vanaf 2007 gaf de ambassade  weer alleen de reis aan eerste generatie nakomelingen. 

Kinderen van de tweede generatie zijn zeer verschillend in de wijze waarop zij omgaan met het gegeven voor een kwart van Japanse afkomst te zijn. Ze horen het in zeer verschillende levensfases. Velen laten dit gewoon links liggen. Er zijn er ook betrekkelijk veel die op zoek gaan, meer willen weten, enzovoort. Er zijn voorbeelden van kleinkinderen die zeer actief op zoek zijn gegaan naar hun grootvader (Michael bv); van kinderen die het thema in hun studie inpassen (wat in één geval zelfs voerde tot een rede op 15 augustus; zie hier); van kinderen die op eigen gelegenheid naar Japan gaan (bijvoorbeeld Dylan); of die een ‘Japanse’ hobby ontwikkelen (kendo -Cartouche; manga; etc.). Wat velen gemeen hebben is dat ze meer willen weten, hetzij van de familiegeschiedenis, van de omstandigheden toen, hetzij van Japanse gewoonten, mensen en cultuur, enzovoort. Een belangrijk motief voor deze site is te helpen voorzien in hun behoefte aan (meer) informatie. De vereniging JIN heeft Dylan in het bestuur opgenomen om meer aandacht te kunnen geven aan de behoeften en belangen van de tweede generatie.  

Betrekkelijk recent heeft zich een soort contactgroep gevormd die motivatiebrieven heeft geschreven die zijn gebundeld en door hen met de toenmalige voorzitters van JIN en Sakura (Silfraire en Rob) aan de Japanse ambassade zijn aangeboden. Daarin wordt gepleit voor mogelijkheden in een of andere vorm deel te nemen aan een programma van Japan reizen. Zie voor het verslag hier.

Reacties zijn gesloten.