Eveline BUCHHEIM lezing 30 september 2007

Lezing Eveline Buchheim 30-09-07 JIN Relatie Dag

Dr. Buchheim (gepromoveerd in 2009 met haar onderzoek ‘Passie en Missie; Huwelijken van Europeanen in Nederlands-Indië en Indonesië 1920-1958.’) heeft in 2006 en 2007 interviews gehouden met Japans-Indische Nakomelingen. Op de JIN dag in 2007 hield zij een lezing over haar bevindingen onder de titel  “kinderen van de vijand” of “souvenirs d’amour”? In 2008 verscheen een bijzonder belangwekkend artikel van haar hand in de bundel “Forgotten Captives in Japanese Occupied Asia” (Kevin Blacburne en Karl Hack), onder de titel ‘Hide and Seek’: children of Japanese-Indisch parents’. Zie onder Publicaties. Een overdruk is verkrijgbaar bij JIN. Hieronder volgt mijn (door haar geautoriseerde) samenvatting van haar lezing in 2007.

Inleiding

Voor het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) doet zij breed onderzoek naar relaties in Nederlands–Indië (1920-1958). Van het bestaan van Japans-Indische kinderen is zij op de hoogte gekomen uit interviews in de Collectie Mondelinge Geschiedenis in Leiden. Twee dingen vielen haar op:

1. Het waren verhalen óver vrouwen met kinderen, niet verhalen van henzelf.

2. De verhalen waren niet negatief van aard, zeker wanneer je die vergelijkt met die over vrouwen met kinderen van Duitse militairen.

Daarop is zij verder gaan zoeken, en na contact gelegd te hebben met de stichting Sakura en de vereniging JIN, heeft zij inmiddels 16 interviews afgenomen.

Vraagstelling

Mannen die in oorlogsomstandigheden moeten vertrekken, en die vrouwen en kinderen weerloos moeten achterlaten, als prooi van de vijand, dat beeld maakt een diepe indruk. Het is een soort spookbeeld. De werkelijkheid van de oorlogssituatie is bijna altijd anders en veel gecompliceerder. Dat levert veel vragen op. De titel is ook een vraag. Gaat het om kinderen van de vijand? Is dat een beeld? Van anderen? Van henzelf? Souvenirs van de liefde? Een beeld van anderen, een geuzennaam, een zelfbeeld?

Seksualiteit in oorlogstijd; taboe

Wat duidelijk is dat er van de kinderen veel eigen en diverse geschiedenissen zijn. De ouders zijn in de geschiedschrijving afwezig; de vader om voor de hand liggende redenen en de moeders omdat deze relaties lange tijd een taboeonderwerp waren, en misschien nog wel zijn. De meeste relaties zouden allang vergeten zijn wanneer er géén kinderen zouden zijn geboren. Praten met derden over seksualiteit, seksuele en intieme relaties is op zich al niet gemakkelijk. Seksualiteit in oorlogstijd is een beladen onderwerp. Dominante thema’s daarin zijn de verhalen en beelden van losbandigheid en verraad, met de daarmee samenhangende associaties. De gedwongen prostitutie die de Japanners voor hun militairen organiseerden, heeft een groot stempel gedrukt op het onderwerp seksualiteit in oorlogstijd. Ook sterk van invloed is de wrede reputatie van de Japanners als gevolg van hun optreden in China en Mantjsoerije al in de jaren dertig (bv Massacre of Nanking). In Nederlands-Indië waren met name de vrouwen beducht voor de Japanners. In één van de interviews klinkt dit door waar een moeder zegt de relatie in eerste instantie te zijn aangegaan om, zelf al voor de oorlog getrouwd, haar ongehuwde zusjes veilig te stellen. Deze vrouw is later, zoals ze zegt, van deze man gaan houden. Dit illustreert dat het onderwerp gecompliceerd is en niet kan worden afgedaan met de standaardbeelden en stereotypen. De gedwongen prostitutie vormt een héél ander verhaal. De overheersende beelden zitten hier dus wel danig in de weg. Ze bemoeilijken de uitleg van de betrokkenen. Daardoor is ook het zwijgen over die relaties bevorderd.

Reacties op relaties

Op te merken valt dat zich geen taferelen hebben voorgedaan zoals bij de vrouwen met Duitse kinderen. Van kaalscheren is in Indië geen sprake geweest. Dit hangt misschien ook samen met de politieke situatie. Hier was de oorlog afgelopen, daar begon een verwarrende en heftige tijd van revolutie. Wel is het de vrouwen op bedektere manieren kwalijk genomen. Ze hebben het gevoeld dat het hun is nagedragen. Met name natuurlijk wanneer de gevolgen in de vorm van Japans uitziende kinderen zo zichtbaar waren. Er speelt een duidelijk raciaal element in dit geheel mee. Men moet zich realiseren dat de geallieerden in hun oorlogspropaganda de Japanners demoniseerden. In cartoons werden ze getekend als apen, vleermuizen, en krombenige, gele mannetjes. In dagboeken uit die tijd zijn sporen van dit denken zichtbaar. Zo, in 1943: “Het verschil van ons met de Jap is zo groot…Een aap met een geweer is een gevaarlijk ding”. In dit citaat is een bezwering te zien van het gevaar dat van de onbekende uitgaat, een aap met een geweer. Het meest schokkende –voor ons nu- is echter dat de Japanner hier als een ding, als iets onmenselijks wordt beleefd en voorgesteld. De typering van de Japanner als onmens, demon of wat dies meer zij, heeft de mensen in die tijd erg geraakt. Dit heeft een wijd verspreide en langdurige doorwerking gehad. In de collectie mondelinge geschiedenis zijn er voorbeelden van dat tot op de dag van vandaag het voor mensen niet mogelijk is een neutrale blik t.o.v. Japanners te hebben. Een Indische vrouw maakte bij een interview niet zo lang geleden nog pertinent bezwaar toen voor het maken van een geluidsopname een apparaatje van het merk Sony op tafel werd gelegd. Het stempel van de ‘comfort women’ en de racistische tendensen, hebben het onderwerp (mede) getaboeïseerd.

Geschiedschrijving

In de officiële geschiedschrijving van Dr L. de Jong staat het beeld voorop dat seksuele relaties door prostituées werden onderhouden. Relaties waren verder ‘seksueel’ van aard en fatsoenlijke vrouwen deden dat niet. Verder kwam de optiek van geïnterneerden aan bod voor wie de met relaties in kampen gepaard gaande bevoorrechting het meest in het oog sprong. Onder die vlag werd naar die relaties gekeken en zo werden ze onder een negatieve noemer gebracht. Het heeft heel lang geduurd voordat goed doordrong dat er ruim 200.000 Indische Nederlanders buiten de kampen hebben geleefd. Met een eigen en andere werkelijkheid. Ook bij ‘Het Gebaar’ speelden hier nog discussies over. Kortom, de geschiedschrijving benaderde de relaties eigenlijk als moreel afkeurenswaardige gedragingen of misdragingen. Dr. De Jong komt tot een (op statistieken gebaseerde) schatting dat uit die relaties enkele honderden kinderen zijn geboren (met een ondertoon van gelukkig niet meer dan slechts..). Latere schattingen gaan van 800-2000. Het is niet te zeggen.Vervolgens is in de prachtige studie van Hans Meijer, ‘In Indië geworteld’ een benadering te zien die uitgaat van ‘overlevingsstrategieën.’ Dit is duidelijk een stap verder, maar toch nog als vlak te kenschetsen, als je ziet dat de werkelijkheid veel gecompliceerder is.

Relaties opnieuw

Relaties van liefde, lust en geborgenheid zijn moeilijk in simpele termen te vatten. Relaties maken ook ontwikkelingen door. Zeker is dat de hier besproken relaties over het algemeen enige tijd hebben geduurd en zich exclusief met één man afspeelden. Over de mate van vrijwilligheid waarin de relaties door de vrouwen zijn aangegaan is moeilijk met zekerheid iets te zeggen. Dan spelen ook factoren van ongelijkheid een rol zoals de moeilijke omstandigheden waarin een vrouw verkeert, en een man die (veel) ouder is. Te zien is dat ook wanneer vrouwen zich aanvankelijk niet vrij hebben gevoeld een relatie al of niet aan te gaan, er steeds meer een emotionele band en genegenheid zijn ontstaan. Onder normale omstandigheden kunnen menselijke intieme relaties beginnen als liefde en eindigen in haat, en ook het omgekeerde komt voor. Met dit alles wil alleen gezegd zijn dat het uiteindelijk gaat om mensen die in bijzondere omstandigheden, ingewikkelde verhoudingen aangaan, die sterk afhankelijk zijn van persoon, moment, tijd en plaats.
In Nederland

Het verhaal is tussen moeders en kinderen vaak onuitgesproken gebleven. Bedekt.

In 1983, relatief laat kan je zeggen, is het initiatief ‘Japanese Roots’ begonnen (Chérie Landegent en Hideko Gieske). Het bleef daarna afgezien van een enkele heftige reactie (bekladden van voordeur), en een paar aanmeldingen van lotgenoten, betrekkelijk rustig, tot 1991(JIN). Ook de publicaties zijn beperkt tot twee boeken van Pakhan (Han Dehne), en recentelijk een boek in het Japans van Yoko Huijs-Watanuki. Het houden van interviews, toegang krijgen, was niet makkelijk. Uiteindelijk zijn er 16 interviews geweest, waarvan drie met moeders en een zus en een broer (generatiegenoten). De verhalen zijn heel verschillend.Te zien is dat er weinig communicatie is over dit onderwerp (al spelen JIN en Sakura hier een belangrijke rol in het entameren van zaken), dat de Indische gemeenschap een zekere geslotenheid houdt, en dat de zoektochten naar vaders energie opeisten. De grote afwezigen in dit verhaal zijn de vaders! Ze heeft één ooggetuige uit Japan gesproken (zelf geen vader).

Pleidooi

Ze pleit voor het vertellen van verhalen en het vastleggen daarvan. De bottleneck is daarbij het ontbreken van documenten, foto’s en dagboeken die de verhalen kunnen staven. Dus bewaar deze indien beschikbaar! Dit is voor contemporaine geschiedschrijving belangrijk. Verder houdt zij in dit verband van visualisering; dan gaat het om vragen als wie was erbij, hoe zag de straat eruit, ging je samen over straat, enzovoort: al hetgeen de werkelijkheid kan terugroepen en beter laten begrijpen. Een dagboek van een vrouw uit die tijd zou uit historisch oogpunt geweldig zijn. Of een dagboek van een Japanse militair. Maar er is sprake van een taalbarrière en ook aan die kant wordt gezwegen doorgaans met het oog op de (naoorlogse) familie.

Tot slot

De vraag aan het begin blijft bestaan. Er is vooralsnog geen éénduidig antwoord op. Het vraagteken is symbolisch voor de vele vragen die nog te beantwoorden zijn. (Han)

Comments are closed.