Toelichting op film, zoekacties en aantallen, zoals opgenomen in het Programmaboekje ter gelegenheid van de viering van 25-jarig bestaan van JIN op 1 mei 2016

De film is inmiddels voor het publiek vertoond in Tokio, Hirado, Osaka, Kobe en Kyoto, in Jakarta (Gold Award) en Los Angeles. Op 5 december 2014 is een besloten vertoning gehouden in het filmtheater ‘t Hoogt in Utrecht. Voor het Nederlandse publiek was de eerste gelegenheid het filmfestival DocFeed  in Eindhoven op 20 februari 2016.Yuki Sunada leerde in 2005 Kaoru Uchiyama kennen die eind 1995 als 71-jarige voor Nederlandse nakomelingen was begonnen met zoekacties naar Japanse vaders. Dit thema heeft haar geïnspireerd tot het maken van de documentaire Children’s Tears  (2014) waaraan zij vele jaren heeft gewerkt. Yuki werkt in Kyoto als mediamanager bij een internationaal reclamebureau, zij is daarnaast producer en documentairemaker die filmopleidingen heeft gevolgd in Californië en Londen. Haar bekendste (award winnende) film is Dear Grandfather, I am in England (2004) die gaat over de oorlog in Birma waaraan haar grootvader deelnam, en over de toenadering tussen de veteranen van de voormalige vijanden. In het 50 minuten durende Children’s Tears  zijn beelden van de geschiedenis van de bezetting van Nederlands-Indië en de naoorlogse impact ervan, verweven met de persoonlijke verhalen van drie Japans Indische nakomelingen, Mary Dehne, Ron Meijer en Nippy Noya. Deze verhalen vormen het emotionele hoofdthema van de film. Hierin zijn ook beelden verwerkt van het concert in Utrecht van 29 juni 2013 van de bekende percussionist Nippy Noya met zijn Japanse achternichtjes, dat indertijd door veel nakomelingen, familie en vrienden is bijgewoond. Yuki was de drijvende kracht achter de totstandkoming van het concert. Het concert en de film zijn mede mogelijk gemaakt door bijdragen van de vereniging JIN, de stichting Sakura en de stichting Japan Netherlands Culture Center (JNCC). In de film krijgt het zoeken naar (de familie van) de vaders van de drie veel aandacht. Ook Kaoru Uchiyama komt daarom in beeld. Deze oud-journalist, woonachtig in Osaka, heeft zich sinds 1995 als vrijwilliger hiervoor ingezet. In 1999 kwam hij op uitnodiging van JIN naar Nederland. Hij is erelid van JIN. In 2013 is aan hem door de Nederlandse ambassadeur in Tokio een Letter of Gratitude uitgereikt tijdens een diner op de ambassade ter viering van zijn 90e verjaardag.

Achtergrondinformatie over de zoekacties

Ongeveer 150 nakomelingen hebben zich in Nederland in totaal ooit bij naam bekend gemaakt. Bijna alle moeders zijn na de oorlog uit het voormalige Nederlands-Indië naar Nederland verhuisd, in de eerste golf (1945-1950), of in de tweede na de Indonesische onafhankelijkheid (1950-1955) of in de diverse golven daarna vanwege de vijandschap tussen Indonesië en Nederland. De nakomelingen zijn dus op verschillende leeftijden naar Nederland gekomen; deels zijn ze in Nederland opgegroeid, deels hebben ze de schooljaren in Indonesië doorgebracht. Sommige moeders zijn in 1946 getrouwd en met de echtgenoot naar Japan gegaan. Enkele van die kinderen zijn later met hun (gescheiden) moeder via Indië of rechtstreeks alsnog naar Nederland verhuisd.

De meeste nakomelingen hebben een Indo-Europese (Indische) moeder. Sommigen hebben een ‘Nederlandse’ (blanke) of een ‘inlandse’ moeder. Al deze moeders hadden de Nederlandse nationaliteit (of het ‘onderdaanschap’). Verreweg de meeste nakomelingen zijn geboren op Java (1944-1946). Een vijftal is op Celebes geboren (zoals Ron in de film) en een vijftal op Sumatra. Enkelen zijn geboren in  1947 of 1948 en hebben een Japanse vader die in Indonesië was achtergebleven. Het aantal Indo-Europese vrouwen op Java dat niet was geïnterneerd bedraagt naar schatting circa 65.000. De leeftijdsopbouw van deze groep is niet bekend. Ter vergelijking: het aantal in vrouwenkampen geïnterneerde (voornamelijk volbloed ‘Nederlandse’) vrouwen  bedraagt ongeveer 25.000).

Uchiyama diende op Java als gewoon soldaat in een verbindingseenheid als telegrafist. Hij is altijd in Java en de bezettingstijd daar geïnteresseerd gebleven. Hij heeft het eiland na zijn pensionering ook een paar keer bezocht.  [Noot: in haar boek Geknakte Bloem heeft mw. Hamer –die overigens veel waardering uitspreekt voor Uchiyama- incorrect vermeld dat hij een bewaker bij de beruchte Birma-spoorlijn zou zijn geweest]. Uchiyama heeft sinds zijn kennismaking met JIN in november 1995, in totaal ongeveer 110 verzoeken uit Nederland om opsporing behandeld (ook van niet-JIN leden). In veel gevallen waren de gegevens summier, onvolledig of onjuist. Het boek van Yu Takei (2013) over Uchiyama en de nakomelingen heet daarom Oranda kara no shiroi iraijo, ‘de blanco aanvraagformulieren uit Nederland’. Het spoor liep hierdoor vaak dood. Een andere moeilijkheid is de privacyregelgeving in Japan die belemmeringen opwierp. Desalniettemin traceerde Uchiyama 48 families. Met 27 families is een contact tot stand gekomen (zoals bij Nippy in de film). In  twaalf gevallen zei de familie geen prijs te stellen op contact. In andere gevallen was contact niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat de vader geen nabestaanden had. Er zijn ook ongeveer twaalf families gevonden door anderen dan Uchiyama (voordat hij begon in 1995 en enkelen na 2012 door de stichting S.O.O.). Op Java waren –volgens een telling van februari 1946- ongeveer 53.000 militairen aanwezig en ongeveer 12.000 aan leger en marine verbonden burgers. Dit waren burgermilitairen die civiele functies vervulden, door de Nederlanders indertijd ook wel aangeduid als ‘economen’. Veel nakomelingen hebben een burgermilitair als vader (zoals Mary), ongeveer 10% van de door Uchiyama behandelde verzoeken behoorde tot de militaire politie, anderen waren beroeps- of dienstplichtige militairen van leger of marine.

De opsporing wordt thans verricht door de in Nederland in 2012 gevestigde stichting Oorlogsgetroffenen in de Oost (S.O.O.) onder voorzitterschap van Dr. Kaori Maekawa  (historica, zie foto:). Op 20 september 2014 hield SOO een Symposium over ‘Oorlogskinderen, een vergelijking tussen Azië en Europa’. Andere bestuursleden zijn Dr. Aya Ezawa (sociologe Universiteit van Leiden), Miyuki Okuyama (fotografe) en Yoko Watanuki, allen wonend en werkend in Nederland. De stichting heeft een aantal zaken van de toen negentigjarige Uchiyama overgenomen, om te proberen schot te krijgen in ‘vastgelopen’ onderzoeken en heeft ook een aantal nieuwe (!) verzoeken op zich genomen (zowel via JIN als Sakura). S.O.O. heeft momenteel ongeveer 30 zaken in behandeling (gehad). Met enkele getraceerde families is contact tot stand gekomen, zelfs zeer recent nog, in andere zaken loopt de (zoek- en contact)procedure nog.

 

Comments are closed.