Zoekacties

Het zoeken van vaders is vanaf de oprichting van JIN één van de belangrijke doelstellingen geweest. Dit was al zo in de tijd van Japanese Roots (1983) want Chérie (mede-initiatiefneemster) van deze contactgroep wilde graag haar biologische vader vinden. Aan haar zoektocht is in 1992 een documentaire gewijd die door de nationale Japanse TV werd uitgezonden. Het was toentertijd overigens erg moeilijk daadwerkelijk medewerking te krijgen van instanties hier en in Japan. Tussen 1991 en 1995 ging het moeizaam, en sporadisch werden resultaten geboekt, min of meer op goed geluk, of wanneer er voldoende betrouwbare gegevens over de vader voor handen waren. Dat was vaak een probleem. Met de komst van de heer Uchiyama eind 1995 kwam er een meer systematische en gestage werkwijze op gang die zich nog vele jaren zou voortzetten. In 2013 kreeg hij voor zijn werk van de Nederlandse ambassadeur in Tokio erkenning tijdens een diner hem aangeboden ter gelegenheid van zijn 90e verjaardag. Met de komst van de stichting S.O.O. in 2012 is het initiatief bij het doen van zoekacties bij dit stichtingsbestuur komen te liggen. Uchiyama is erevoorzitter van dit bestuur. JIN heeft met de stichting S.O.O. afspraken gemaakt over de te volgen procedure. Uchiyama blijft hierin betrokken. Hij beschikt over veel ervaring, kennis en gegevens. Bijna alle leden van JIN hebben in de loop van de tijd bericht van Uchiyama ontvangen over hun Japanse familie dan wel uitsluitsel gekregen dat bij gebreke van voldoende aanknopingspunten verdere acties moesten worden stopgezet. Voor een tiental leden is momenteel een (hernieuwde) zoekactie gaande. 

   

SAMENVATTING STAND VAN ZAKEN op 1 mei 2016

Ongeveer 150 nakomelingen hebben zich in Nederland in totaal ooit bij naam bekend gemaakt. Bijna alle moeders zijn na de oorlog uit het voormalige Nederlands-Indië naar Nederland verhuisd, in de eerste golf (1945-1950), of in de tweede na de Indonesische onafhankelijkheid (1950-1955) of in de diverse golven daarna vanwege de vijandschap tussen Indonesië en Nederland. De nakomelingen zijn dus op verschillende leeftijden naar Nederland gekomen; deels zijn ze in Nederland opgegroeid, deels hebben ze de schooljaren in Indonesië doorgebracht. Sommige moeders zijn in 1946 getrouwd en met de echtgenoot naar Japan gegaan. Enkele van die kinderen zijn later met hun (gescheiden) moeder via Indië of rechtstreeks alsnog naar Nederland verhuisd.

De meeste nakomelingen hebben een Indo-Europese (Indische) moeder. Sommigen hebben een ‘Nederlandse’ (blanke) of een ‘inlandse’ moeder. Al deze moeders hadden de Nederlandse nationaliteit (of het ‘onderdaanschap’). Verreweg de meeste nakomelingen zijn geboren op Java (1944-1946). Een vijftal is op Celebes geboren (zoals Ron in de film) en een vijftal op Sumatra. Enkelen zijn geboren in  1947 of 1948 en hebben een Japanse vader die in Indonesië was achtergebleven. Het aantal Indo-Europese vrouwen op Java dat niet was geïnterneerd bedraagt naar schatting circa 65.000. De leeftijdsopbouw van deze groep is niet bekend. Ter vergelijking: het aantal in vrouwenkampen geïnterneerde (voornamelijk volbloed ‘Nederlandse’) vrouwen  bedraagt ongeveer 25.000).

Uchiyama diende op Java als gewoon soldaat in een verbindingseenheid als telegrafist. Hij is altijd in Java en de bezettingstijd daar geïnteresseerd gebleven. Hij heeft het eiland na zijn pensionering ook een paar keer bezocht.  [Noot: in haar boek Geknakte Bloem heeft mw. Hamer –die overigens veel waardering uitspreekt voor Uchiyama- incorrect vermeld dat hij een bewaker bij de beruchte Birma-spoorlijn zou zijn geweest]. Uchiyama heeft sinds zijn kennismaking met JIN in november 1995, in totaal ongeveer 110 verzoeken uit Nederland om opsporing behandeld (ook van niet-JIN leden). In veel gevallen waren de gegevens summier, onvolledig of onjuist. Het boek van Yu Takei (2013) over Uchiyama en de nakomelingen heet daarom Oranda kara no shiroi iraijo, ‘de blanco aanvraagformulieren uit Nederland’. Het spoor liep hierdoor vaak dood. Een andere moeilijkheid is de privacyregelgeving in Japan die belemmeringen opwierp.

Desalniettemin traceerde Uchiyama 48 families. Met 27 families is een contact tot stand gekomen (zoals bij Nippy in de film). In  twaalf gevallen zei de familie geen prijs te stellen op contact. In andere gevallen was contact niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat de vader geen nabestaanden had. Er zijn ook ongeveer twaalf families gevonden door anderen dan Uchiyama (voordat hij begon in 1995 en enkelen na 2012 door de stichting S.O.O.). Op Java waren –volgens een telling van februari 1946- ongeveer 53.000 militairen aanwezig en ongeveer 12.000 aan leger en marine verbonden burgers. Dit waren burgermilitairen die civiele functies vervulden, door de Nederlanders indertijd ook wel aangeduid als ‘economen’. Veel nakomelingen hebben een burgermilitair als vader (zoals Mary), ongeveer 10% van de door Uchiyama behandelde verzoeken behoorde tot de militaire politie, anderen waren beroeps- of dienstplichtige militairen van leger of marine.

De opsporing wordt thans verricht door de in Nederland in 2012 gevestigde stichting Oorlogsgetroffenen in de Oost (S.O.O.) onder voorzitterschap van Dr. Kaori Maekawa  (historica, zie foto:). Op 20 september 2014 hield SOO een Symposium over ‘Oorlogskinderen, een vergelijking tussen Azië en Europa’. Andere bestuursleden zijn Dr. Aya Ezawa (sociologe Universiteit van Leiden), Miyuki Okuyama (fotografe) en Yoko Watanuki, allen wonend en werkend in Nederland. De stichting heeft een aantal zaken van de toen negentigjarige Uchiyama overgenomen, om te proberen schot te krijgen in ‘vastgelopen’ onderzoeken en heeft ook een aantal nieuwe (!) verzoeken op zich genomen (zowel via JIN als Sakura). S.O.O. heeft momenteel ongeveer 30 zaken in behandeling (gehad). Met enkele getraceerde families is contact tot stand gekomen, zelfs zeer recent nog, in andere zaken loopt de (zoek- en contact)procedure nog.