Voorstelling ‘Uit Liefde’ 2 en 4 mei 2026
Een nieuw perspectief op herdenken
Céline Talens Nagasaka maakt de voorstelling Uit liefde voor Theater Na de Dam. Uit liefde gaat over het schaduwgebied vol pijnlijke, onvertelde en onbekende verhalen van de Japans-Indische gemeenschap. Hoe herdenk je vanuit die schemerzone? Welke plek mag je innemen? Uit liefde is op 2 mei te zien in Theater De Regentes, Den Haag en op 4 mei in Theater Bellevue, Amsterdam.
-interview-
Jouw achternaam is Nagasaka, kun je iets vertellen over jouw eigen achtergrond?
Céline: “Mijn oma trouwde in 1938 met Leonard Talens, die op een koffieplantage op Java werkte. Tijdens de oorlog werden ze gescheiden. In 1942 ontmoette ze Toshio Nagasaka, haar grote liefde. Ze raakte zwanger en kreeg in 1944 in een interneringskamp mijn vader, Bauke. Leonard kwam in 1943 om bij een schipbreuk. Na 15 augustus 1945 vluchtte mijn oma met mijn vader naar Nederland. Mijn vader leerde dat hij aan niemand mocht vertellen dat hij een Japanse vader had. Officieel heten we dus Talens, maar de bloedlijn loopt via Nagasaka. Mijn vader heeft uiteindelijk zijn vader Toshio gezocht en voor het eerst ontmoet in 1993, hij was toen al 49. Dat moest stiekem gebeuren, want ook in de familie van mijn Japanse opa wist niemand van het bestaan van mijn vader af. Mijn broer en ik gebruiken de naam Nagasaka als we kunnen. Op deze manier houden we deze geschiedenis levend. Ik vind het dan ook heel tof om in deze gelegenheid onze Japanse familienaam te gebruiken.”
Waarom wilde je deze voorstelling maken?
Céline: “Japans-Indisch zijn wordt denk ik nog weinig publiekelijk gedeeld. Het is een onderdeel van de geschiedenis en het biedt een nieuw perspectief op herdenken. Daarnaast is aan mij en aan mijn generatie de vraag is gesteld of we onze legacy willen voortzetten. De generatie boven ons is ons aan het ontvallen. Deze derde generatie, dat heet in het Japans Sansei, komt regelmatig samen om te praten en is zoekende naar hoe we het verhaal levend houden. Ik maak theater en kan een verhaal verbeelden in een theatervoorstelling. Een ander werkt aan een website. Zo kijken we naar wat onze rol is. Dat is een verantwoordelijkheid die ik wil nemen, ik wil een verhaal vertellen vanuit dit perspectief.”
Kun je iets vertellen over de rol van muziek in de voorstelling?
Céline: “In theater kun je met geluid en muziek niet alleen een scène ondersteunen, maar ook een wereld bouwen. Flavia Faas is daar erg goed in. Ze maakte met geluid een duistere plek waar het altijd tocht, waardoor een andere wereld zich openbaart in de zaal. Verder zit er een karaokescene in de voorstelling, dat is een beetje stereotype voor Zuidoost-Azië. Maar karaoke is ook een gekke vorm van je inleven in een rol, waarvan je weet dat het toch niet gaat lukken. Net als met de geschiedenis een verhaal vertellen en het origineel nooit ervaren. Daarom vind ik karaoke een interessante vorm. Ook wilde ik graag een heftig jazznummer gebruiken, ik had wel zin om mensen even wakker te schudden.”
Je bent voor deze voorstelling geïnspireerd door de tekst Lof der Schaduw (1933) van Junichiro Tanizaki. Waarom is schaduw zo belangrijk voor je als thema en vorm?
Céline: “Schaduw vind ik een heel interessant fenomeen om mee te werken qua licht maar ook qua metafoor. Onder de Japans-Indische nakomelingen zijn er echt veel mensen die het gevoel hebben, of hebben gehad, dat ze er niet volledig mochten zijn. Ze waren bang niet geaccepteerd te worden door zowel Nederlanders als de Indische gemeenschap. Het zijn mensen die zijn opgegroeid zonder biologische vader. Veel van hen zijn gaan zoeken naar hun vaders en soms is dat gelukt. Zo’n eerste ontmoeting moet dan vaak stiekem. Het verhaal van je afkomst kan als complex voelen, als een schaduwzijde.”
Hoe kan je publiek het beste raken met geschiedenis?
Céline: “Je kan naar de geschiedenis kijken met een soort afstandelijke blik, waarbij je gaat analyseren. Maar je kan geschiedenis ook bekijken vanuit gevoel, dan kan het beladen zijn, kan het vragen stellen en mag je zoeken. Ik wil proberen het publiek daarin mee te nemen, zodat ze geraakt kunnen worden.”



